Nieuws/Binnenland
1514999466
Binnenland

Raad van State: Slob mag financiering Haga Lyceum niet stoppen

Leerlingen en schoolleiding eerder deze maand bij het gerechtshof in Den Haag, waar het hoger beroep van het Cornelius Haga Lyceum dient.

Leerlingen en schoolleiding eerder deze maand bij het gerechtshof in Den Haag, waar het hoger beroep van het Cornelius Haga Lyceum dient.

AMSTERDAM - Minister Slob (Onderwijs) heeft een pijnlijke tik op de vingers gekregen van de Raad van State. Het stopzetten van de financiering van het Amsterdamse Cornelius Haga Lyceum per 1 december 2019 mag niet doorgaan. De CU-bewindsman heeft volgens het hoogste rechtsorgaan de beleidsregels van het eigen ministerie genegeerd.

Leerlingen en schoolleiding eerder deze maand bij het gerechtshof in Den Haag, waar het hoger beroep van het Cornelius Haga Lyceum dient.

Leerlingen en schoolleiding eerder deze maand bij het gerechtshof in Den Haag, waar het hoger beroep van het Cornelius Haga Lyceum dient.

Directeur Soner Atasoy van het Haga Lyceum noemt de uitspraak ’positief met een knipoog’. De knipoog verwijst naar de lange strijd, die hij nog steeds voor zich ziet. „Eigenlijk kunnen zowel wij als de minister niet zo heel veel met deze uitspraak. Want alles blijft bij hetzelfde.” Dan fel: „Het wordt wel tijd dat de minister zijn eigen rechtsstaat respecteert.”

Vastberaden

Atasoy, die het Haga in 2017 in Amsterdam Nieuw-West oprichtte, zat vrijdagmiddag samen met een handvol leraren in de lerarenkamer. Er was geen sprake van een uitbundige sfeer, wel van een vastberaden houding. Atasoy: „Opnieuw blijkt deze school zich niet schuldig te maken aan ondemocratische of anti-integratieve aspecten. Iedere keer proberen ze ons te breken, maar de rechter stelt de minister in het ongelijk om ons geld in te houden.”

De Raad van State heeft zich in de uitspraak echter niet inhoudelijk uitgelaten over de school. Het oordeel betreft vooral het feit dat Slob zijn eigen regels niet volgde. Het Haga Lyceum mag niet ineens voor honderd procent gekort worden.

De minister had eerst vijftien procent van het schoolbudget moeten inhouden. Dat had hij mogen verhogen naar dertig procent als het schoolbestuur de wettelijke voorschriften zou blijven wegwuiven. Bij een dergelijk halsstarrige houding mag een schoolbudget tot slot voor honderd procent worden gekort.

Minister Slob gaf er zijn eigen draai aan: „De rechter heeft nog geen inhoudelijk oordeel gegeven over mijn aanwijzing. Die zaak vindt plaats op 9 december en die zie ik met vertrouwen tegemoet”, liet de CU-bewindsman weten. „Ik hou onverminderd grote zorgen over de situatie op deze school. Het doel van mijn maatregel is niet dat de school sluit, maar dat het bestuur plaatsmaakt. De directeur weigert keer op keer in het belang van de leerlingen plaats te maken.”

Atasoy denkt niet aan opstappen. „Sinds de start van onze school hebben wij onophoudelijk de inspectie over de vloer. Sinds ons idee over de oprichting van deze school in 2012 hebben we bij elkaar 46 rechtszaken gevoerd. Het wordt tijd dat de minister gaat zeggen ’er is hier sprake van onschuldpresumptie’. Er zijn geen strafbare feiten gevonden. Dan moet hij ook een keer het voordeel van de twijfel durven geven.”

Noodzaak

Overigens lopen er nog meer rechtszaken rond het Haga Lyceum. Bij bovenstaande uitspraak was door de Stichting Islamitisch Onderwijs (SIO) ook gewezen op de noodzaak voor meer geld, omdat het Haga Lyceum tegenwoordig 46 leraren in dienst heeft. Volgens Atasoy zijn dat er twintig meer dan vorig jaar.

De minister zou voor deze leraren ook de beurs moeten trekken. Omdat dit sinds het begin van het schooljaar niet is gebeurd, had SIO dit ook bij de Raad van State aanhangig gemaakt. Het beroep van SIO is echter niet-ontvankelijk verklaard, omdat de minister nog niet te laat is met zijn beslissing over de aanvullende bekostiging.