Nieuws/Binnenland
1520583860
Binnenland

Zaak dj Djordy: vermoedelijke opdrachtgever ’vergismoord’ blijft vast

AMSTERDAM - Noureddine H., volgens justitie een van de opdrachtgevers van een moordaanslag die leidde tot de ’vergismoord’ op de Amsterdamse dj Djordy Latumahina, blijft voorlopig in de cel. Dat bepaalde de rechtbank Amsterdam donderdag aan het slot van een eerste inleidende zitting tegen de 40-jarige H., die in mei in de Spaanse kustplaats Marbella is aangehouden.

Latumahina (31) werd op 8 oktober 2016 doodgeschoten in zijn auto in een parkeergarage aan het Koningin Wilhelminaplein in Amsterdam-West. Zijn vriendin raakte ernstig gewond, hun tweejarige dochtertje bleef ongedeerd.

H. heeft volgens justitie destijds een opdracht uitgezet om een crimineel, Gino M., uit de weg te ruimen. Cedric R. nam dergelijke klussen aan en zorgde voor de uitvoering. De moordenaars hebben Latumahina voor M. aangezien, vermoedelijk omdat hij in een soortgelijke auto als het beoogde doelwit reed.

Cedric R. en enkele medeverdachten zijn voor de vergismoord veroordeeld. R. kreeg 26 jaar cel. Vorige week kwam daar nog eens vier jaar bij, voor het voorbereiden van een moordaanslag op de beruchte en inmiddels tot levenslang veroordeelde crimineel Naoufal ’Noffel’ F. R. en de zijnen wilden hem in Berlijn doodschieten. Ook de opdracht voor deze liquidatie was volgens justitie afkomstig van Noureddine H. Vier anderen zijn in deze zaak eveneens veroordeeld, tot straffen oplopend tot zeven jaar.

De basis van het bewijs in beide zaken wordt gevormd door een reeks zogeheten PGP-berichten - versleutelde communicatie tussen criminelen die in handen is gevallen van justitie en vervolgens is ontcijferd. Over de moordplannen wordt vaak in zeer expliciete bewoordingen gesproken.

De rechtbank boog zich donderdag tevens over de zaak tegen Khalid B. (35), die tot de criminele organisatie van H. zou behoren. Hij zou betrokken zijn geweest bij de zaak in Berlijn. B.’s tweelingbroer Mimoun kreeg hiervoor vorige week zeven jaar opgelegd.

In vergelijking met H. is B. een kleine vis, zo benadrukte het Openbaar Ministerie ter zitting. De officier van justitie verzette zich dan ook niet tegen het verzoek van B.’s advocaat de strafzaak af te splitsen van die tegen H. De rechtbank honoreerde dat verzoek, waardoor beide verdachten vanaf de volgende zitting (op 24 november) niet meer samen terecht zullen staan. B.’s verzoek zijn proces in vrijheid te mogen afwachten wees de rechtbank af.