152166
Buitenland

€56 miljoen gestoken in ’propaganda-project’

Wrevel om nieuw EU-museum

Een van de zalen van het museum. De Tweede Wereldoorlog wordt er prominent belicht.

Een van de zalen van het museum. De Tweede Wereldoorlog wordt er prominent belicht.

Brussel - Brussel is een museum rijker, maar niet iedereen is even blij met het Huis van de Europese Geschiedenis. Want voor de een is het EU-propaganda terwijl voorstanders wijzen op het educatieve doel van het laten zien van de gezamenlijke Europese erfenis. En dan is er nog de kwestie van de kosten: maar liefst 56 miljoen.

Een van de zalen van het museum. De Tweede Wereldoorlog wordt er prominent belicht.

Een van de zalen van het museum. De Tweede Wereldoorlog wordt er prominent belicht.

„Het is de schaamte voorbij, een pathetische vorm van propaganda”, briest PVV-Europarlementariër Olaf Stuger. Ook de SP zit met prijzige museum, een ideetje van voormalig voorzitter van het Europees Parlement Hans-Gert Pöttering en betaald uit de begroting van datzelfde parlement, in z’n maag.

„Hier is niet zakelijk onderhandeld. Een stel volstrekte amateurs gaat de regie voeren over een museum”, zegt SP-Europarlementariër Dennis de Jong. „Waarom is niet met de stad Brussel of met België over de kosten gesproken? Brussel heeft er nu een gratis trekpleister bij.”

Bovendien, vindt ook hij, dat „dit riekt naar propaganda.” Zelfs het pro-Europese D66 is geen voorstander van het museum. „Een parlement hoort geen museum te financieren”, stelt D66-Europarlementariër Marietje Schaake die daarin ook gesteund wordt door VVD’er Hans van Baalen.

Prachtig

Hoe dan ook, Brussel heeft er weer een museum bij. Vanaf zaterdag kunnen bezoekers gratis terecht in het zogeheten Eastmangebouw, een voormalige tandheelkundige kliniek die prachtig is verbouwd. Het museum ligt in het Leopoldpark op een steenworp afstand van het Europees Parlement, middenin de Europese wijk in Brussel.

Woensdag mocht de pers alvast een kijkje komen nemen en het moet gezegd: het ziet er allemaal gelikt uit. Bezoekers kunnen met een tabloid in de hand in een van de 24 officiële talen van de EU uitleg krijgen over de expositie.

Over zes verdiepingen zijn duizend objecten uit tweehonderd musea bij elkaar gebracht. Daarbij wordt de Europese geschiedenis ruim genomen: het varieert van een kruik uit de oudheid tot het wetboek van Napoleon of een stembiljet van het Brexit-referendum van vorig jaar.

Maar de nadruk ligt op de met bloed doordrenkte 20e eeuw van Europa. Na twee verwoestende wereldoorlogen en de verschrikkingen van de Holocaust kwam het Europese project van de grond, wat resulteerde in de EU zoals we die nu kennen.

„We kennen nu zeventig jaar van vrede en veiligheid en dat is belangrijk”, zegt de voorzitter van het Europees Parlement Antonio Tajani daarover. „Mijn kinderen kennen onze erfenis niet echt. Laat dit een plek zijn waar ook veel over Europa gediscussieerd kan worden.”

Dat er geld over de balk zou worden gegooid, vindt de Italiaan een onzinnig argument. „We moeten niet besparen op cultuur. Dit is geen propaganda-instrument maar een middel om onze kinderen te onderwijzen over Europa.”

Ook initiatiefnemer Pöttering is voor de gelegenheid naar Brussel gekomen. De EU moet worden verdedigd, anders dreigt afbraak vindt hij. „Dit Huis moet burgers vertellen dat Europa een project is van waarden.” En dat mag best wat kosten. „Je moet je eigen geschiedenis kennen om de toekomst in te gaan.”