Nieuws/Wat U Zegt

Deelnemers: Vandalen moeten schade zelf vergoeden

Uitslag stelling: Pak ze in de portemonnee

„Belachelijk! Belonen omdat je geen rotzooi hebt getrapt?”, klinkt het vaak als reactie op de sloopbonus die de reljeugd in Wijk bij Duurstede ontvangt. De meeste stellingdeelnemers (92%) vinden dat de gemeente hiermee het verkeerde signaal afgeeft.

De Wijkse wethouder Hans Marchal had in samenwerking met een jongerenwerker uit die plaats een plan opgesteld om jongeren een bonus voor te spiegelen als er dit jaar rond de jaarwisseling minder vuurwerkschade aan het straatmeubilair zou worden aangericht dan in voorgaande jaren. Het bedrag aan vernielingen bedroeg dit jaar ’slechts’ 2560 euro, terwijl de gemeente een potje van 10.000 euro had gereserveerd. De vandalen krijgen het verschil plus een bonus van 1000 euro, wat samen 8440 euro maakt.

Een klein deel van de respondenten (7 procent) vindt dat de gemeente Wijk bij Duurstede het goede voorbeeld geeft. Zo schrijft een tevreden inwoner van het plaatsje aan de Lek: „Tijdens de laatste drie dagen bijna geen tot geen politie gezien in Wijk bij Duurstede voor vuurwerkcontroles. Nu regelt de jeugd het zelf.” De meeste stellingvoorstanders zijn van mening dat het plan van de wethouder heeft gewerkt. De vuurwerkschade is immers beperkt gebleven. Sommigen zijn zo enthousiast, dat ze het idee breder willen toepassen: „Het plan geeft stof tot nadenken. Betrek de jeugd meer in gemeentelijke activiteiten, laat ze nadenken en realiseer als gemeente samen met de jeugd dingen die er voor hun toe doen.”

Maar, zoals gezegd, de overgrote meerderheid ziet helemaal niets in het plan. Sterker nog, de meesten vinden de ’sloopbonus’ moreel verwerpelijk en niet eerlijk ten opzichte van ’brave’ jongeren. „Ik heb nog nooit iets gesloopt. Niet van de gemeente, niet van een bedrijf of particulier! Waar blijft mijn geld dan?”, stelt een deelnemer verontwaardigd.

Menigeen vindt ook dat het beloningssysteem ’veel weg heeft van omkoperij of chantage uitlokt’. Reljongeren kunnen immers een gemeente onder druk zetten om geld te geven voor leuke dingen in de openbare ruimte op voorwaarde dat ze zich onthouden sloopwerk en rotzooi trappen.

Velen propageren een harde aanpak van vandalen. Het optreden in Wijk wordt gekwalificeerd als ’een schoolvoorbeeld van pappen en nathouden’. „Aanpakken die reljeugd en niet als overheid altijd je kop in het zand steken”, verklaart iemand die een zerotolerancebeleid aanhangt.

De jongeren die voor vernielingen worden aangehouden, moeten ook flink gestraft geworden ter afschrikking. „Geef de vernielers zware straffen en geldboetes.” En bijna 100 procent meent dat ’opgepakte relschoppers de aangebrachte vernielingen uit eigen zak moeten vergoeden’. Het adagium luidt: Pak ze in de portemonnee, dat zal ze leren.

Het feit dat justitie dit jaar geen supersnelrechtzaken op de rol heeft staan om relschoppers in het land te berechten voor vandalisme tijdens oud en nieuw, zien velen als het failliet van het zerotolerancebeleid, waar politici eerder nog hun mond vol van hadden. Wel wordt onderkend dat de pakkans van vuurwerkvandalen met vaak een te kleine bezetting op lokale politiebureaus ondoenlijk is. Een pleidooi voor meer ’blauw op straat’ wordt regelmatig gehouden.