Nieuws/Wat U Zegt

Limburgers verdroegen ’mijnschade’

Robert van Weperen

Ik wil de ongerustheid bij de Groningers niet bagatelliseren, zegt Kees Lemmens. Maar ik ben opgegroeid in het Zuid-Limburg van de jaren ’50/’60 van de vorige eeuw. De mijnindustrie floreerde totdat gas in Slochteren werd gevonden. Onze Limburgse trots, de mijnbouw, werd binnen enkele jaren ontmanteld. Nederland ging aan het gas.

Robert van Weperen

In de jaren dat er kolen werden gedolven scheurde zo nu en dan een muur, scheurden zelfs monumentale gebouwen. Menig keer zorgde ’mijnschade’ voor een plotseling gat in een fietspad dat weer zorgde voor pijnlijke verwondingen door valpartijen. Het klaslokaal, waar ik als kind leerde lezen, schrijven en rekenen, keek uit op een dampende afvalberg van een Kerkraadse kolenmijn. De mijnwerkers onder de grond kropen in de benauwde diepte door claustrofobische engtes om Nederland van kolen en dus warmte te voorzien. Daar waren ze trots op.

Boven de grond werd er dus niet zo geklaagd over de zoveelste scheur in de muur of gat in de weg. Dat was mijnschade. Limburgers droegen dat. Velen onder hen hebben in de mijn hun leven en gezondheid geofferd. Veel gezinnen in diepe rouw. Toch waren er geen actiegroepen. Thuis werd immers overal op kolen gestookt.

Kees Lemmens, Huizen