Nieuws/Columns

Antistem

Brusselse bestuurders hebben een stressvol weekeinde achter de rug met presidentsverkiezingen in Oostenrijk en een referendum in Italië, waar de pro-Europese premier Renzi aftrad nadat voorgestelde grondwetswijzigingen geen meerderheid hadden gehaald. Volgend jaar gaan de inwoners van Frankrijk, Nederland en Duitsland naar de stembus. Ook in die landen is steun voor de EU niet langer vanzelfsprekend.

Zo hobbelt de EU van volksraadpleging naar volksraadpleging. De standaardreactie in Brusselse kringen op de antistem: de kiezer weet zelf niet wat goed voor hem of haar is. Ongenoegens over zaken als het associatieverdrag met Oekraïne worden zoveel mogelijk weggemasseerd met diplomatieke oplossingen (lees: uitbreidingen van verdragsteksten), maar daarmee wordt de veenbrand onder de kiezers niet geblust.

De Unie is jarenlang doorgedenderd door uit te breiden met landen die daar niet klaar voor waren. Ook de invoering van de euro was in de eerste plaats een politiek project waarmee grote risico’s werden genomen. Dat de EU eveneens veel goeds heeft gebracht, is duidelijk. Maar zolang Brussel nationale democratische processen vooral ziet als een hinderlijk obstakel van de eigen plannen, en onvoldoende bereid is af en toe een pas op de plaats te maken, zal de antistem in de lidstaten in kracht toenemen.