Nieuws/Binnenland
1534121
Binnenland

Rechtszaak tegen Staat om info van burgers

DEN HAAG - Een paar privacygroepen slepen de Nederlandse staat voor de rechter. Ze zijn tegen een systeem waarmee de overheid allerlei gegevens van burgers verzamelt. Die informatie wordt gebruikt om uit te rekenen hoe groot het risico is dat iemand bijvoorbeeld fraudeert. Zulke mensen kunnen dan extra in de gaten worden gehouden.

Het gaat om het Systeem Risico Indicatie (SyRI). Volgens het Platform Bescherming Burgerrechten weten burgers niet welke gegevens worden gebruikt en hoe iemand precies een ’risico’ vormt. Ook is het niet duidelijk wat mensen kunnen doen tegen onjuiste meldingen in die database. Iedereen is bij voorbaat verdacht en alle informatie kan zonder aanleiding tegen mensen worden gebruikt, aldus het collectief.

Het systeem werd in 2014 gelanceerd. Het toenmalige College Bescherming Persoonsgegevens had enkele bezwaren tegen het verzamelen van de gegevens. Zo was het volgens de waakhond niet duidelijk welke gegevens werden verzameld en waarom die nodig waren. Het tastte de privacy van mensen onnodig aan. Ook de Raad van State was kritisch: „er is nauwelijks een persoonsgegeven te bedenken dat er niet onder valt”, aldus de adviseur van de regering.

Het Platform Bescherming Burgerrechten heeft een bodemprocedure aangespannen. Het is nog niet bekend wanneer die dient. Bij het platform zijn onder meer Stichting Privacy First en het Nederlands Juristencomité voor de Mensenrechten betrokken. Zij krijgen steun van schrijver Tommy Wieringa en filosoof Maxim Februari.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, dat over SyRI gaat, zegt dat er veel waarborgen zijn om de privacy van de burgers te beschermen. „Er is geen sprake van een grootschalige toepassing”, aldus een woordvoerder. SyRI is sinds 2014 twee keer ingezet: in Eindhoven en in Capelle aan den IJssel. Beide onderzoeken moeten onder meer mogelijke uitkeringsfraude en illegale tewerkstelling aan het licht brengen. Omdat de controles nog niet zijn afgerond, kan het ministerie niet zeggen of ze iets hebben opgeleverd.