Nieuws/Binnenland

Dochtertje (6) van Koen Everink hoorde hoe hij werd vermoord

’Wel honderd seconden gillen’

Mark de J. in de rechtszaal met zijn advocaat.

Mark de J. in de rechtszaal met zijn advocaat.

Petra Urban

Utrecht - Het bewijs tegen hem lijkt overweldigend, maar ex-tenniscoach Mark de J. bleef gisteren tijdens de eerste dag van zijn strafproces in de rechtbank van Utrecht bij zijn ontkenning dat hij vorig jaar zakenman Koen Everink heeft vermoord.

Mark de J. in de rechtszaal met zijn advocaat.

Mark de J. in de rechtszaal met zijn advocaat.

Petra Urban

De J.’s verhaal dat hij na het verlaten van Everinks woning in de avond van 3 maart 2016 werd overmeesterd door mannen die de woning van de zakenman binnengingen, lijkt niet helemaal een wilde fantasie. Buurtbewoners zagen in de periode voor de moord op Everink mannen die zich verdacht ophielden voor diens woning aan de Hoflaan in Bilthoven.

Een buurman zag twee Marokkaanse jongens die naar de woning keken. Een hardloopster zag op de avond van Everinks dood twee getinte mannen met elkaar spreken bij het huis, en een buurtbewoonster merkte die avond rond half 12 een auto op waarvan de verlichting aan stond.

Mark de J. zegt dat hij voor het eerst in augustus 2015 door twee Marokkaans ogende mannen werd benaderd tijdens een tennistoernooi in Volendam. Ze stelden hem vragen over tennis, maar ook over Koen Everink. Er volgden nog zeker acht van dergelijke vreemde ontmoetingen, steeds op andere plekken, vertelde De J. aan de rechtbank. In de loop van de tijd kregen ze een steeds dreigender karakter. Mark de J. moest tegen „die kankerlijer van Everink zeggen dat hij moest stoppen met zijn zaken.”

In december dwongen ze hem om duizend euro aan te nemen, beweert Mark de J. Hij gaf het aan Koen Everink, als aflossing van een gokschuld, maar vertelde hem niets over de dreigementen. Tijdens een zesde ontmoeting zeiden de mannen dat ze Everink „te grazen zouden nemen.” Mark de J. moest zijn mond houden. Hij voelde zich zo bedreigd dat hij bij een kennis informeerde naar een vuurwapen. Maar naar de politie ging hij niet, en Everink waarschuwde hij eind februari alleen in algemene termen. „Ik zei dat hij op zichzelf moest passen.”

Die mannen hebben hem vermoedelijk overmeesterd toen hij in de avond van 3 maart de woning van Everink verliet, zegt Mark de J. Eén van de mannen bewaakte hem, terwijl de andere twee naar binnen gingen. Zij moeten degenen zijn die Everink met vierentwintig messteken hebben vermoord, denkt De J. En via hen kwamen bloed en een duur IWC-horloge van Everink in zijn auto terecht.

Toen ze terugkwamen, moest hij achtentwintig seconden in zijn auto blijven zitten „met mijn hoofd voorover.” Hij ging niet kijken hoe het was met de man die hij zijn vriend noemde, maar reed naar huis.

Het 6-jarige dochtertje van Everink hoorde haar vader gillen, vertelde ze later aan de politie. „Hij riep au”, vertelde het meisje. Ze hoorde hem „wel honderd seconden gillen. Het was geen gilletje dat hij het leuk vond.” Toen het stil werd viel ze in slaap. ’s Morgens vond ze haar vader in een plas bloed in de keuken, en rende naar de buurman.

Meteen toen hij hoorde over de moord belde Mark de J. de politie om te vertellen dat hij die avond nog bij Everink was geweest. Het verhaal over de ontvoerders vertelde hij pas veel later, na zijn terugkeer uit de Verenigde Staten waar hij met tennisser Robin Haase was.