Nieuws/Binnenland
1581895238
Binnenland

Coldcaseteam politie: bewijs in Deventer moordzaak rammelt

AMSTERDAM - In de Deventer moordzaak leed de recherche aan tunnelvisie. Een ontlastend document is achtergehouden, processen-verbaal zijn gemanipuleerd, noodzakelijke daderonderzoeken werden niet uitgevoerd en cruciaal dna-bewijs is feitelijk onbruikbaar doordat er op meerdere momenten onaanvaardbaar mee is omgesprongen.

Dat concluderen volgens de Volkskrant drie forensisch-rechercheurs van de politie Amsterdam na drie jaar onderzoek. Deze leden van het coldcaseteam deden hun onderzoek in opdracht van Diederik Aben, advocaat-generaal bij de Hoge Raad.

Uitzonderlijk

Aben toetst sinds 2014 (nadat het ’novum-criterium’ voor afgesloten strafzaken was verruimd) of er gronden zijn voor herziening van de Deventer moordzaak. Het is uitzonderlijk dat een rechercheonderzoek helemaal opnieuw wordt doorgelicht nadat een strafzaak al is gesloten.

De Deventer moordzaak is een van de langstlopende en meest omstreden Nederlandse strafprocessen. Na een vrijspraak in 2000 werd fiscaal jurist Ernest Louwes in hoger beroep veroordeeld tot 12 jaar cel voor de moord op zijn cliënt Jacqueline Wittenberg in 1999.

Dit proces moest worden overgedaan toen bleek dat rechercheurs hadden gefraudeerd met processen-verbaal en de geurhondenproef. In 2004 werd Louwes opnieuw veroordeeld op ’verbetering van gronden’.