Nieuws/Buitenland
1588101279
Buitenland

’Australische elitetroepen pleegden 39 moorden in giftige cultuur’

CANBERRA - Australische elitetroepen in Afghanistan hebben daar 39 moorden gepleegd, heeft het hoofd van de Australische strijdkrachten donderdag bekendgemaakt. Een week geleden benoemde premier Scott Morrison al een speciaal aanklager om onderzoek te doen naar vermeende oorlogsmisdaden door Australische militairen in Afghanistan.

Australië stelde in 2016 een onderzoek in naar het handelen van zijn militairen van 2005 tot 2016 na beschuldigingen door de media van het doden van ongewapende mannen en kinderen. Toen generaal John Angus Campbell de bevindingen donderdag presenteerde, zei hij dat uit het rapport blijkt dat er bewijs is dat 25 militairen gevangenen, boeren of andere burgers hebben gedood.

„De inspecteur-generaal heeft bevonden dat er geloofwaardige informatie is die bewijs geeft voor 23 incidenten, waarin 39 personen op onwettige wijze zijn gedood door 25 militairen, voornamelijk van het Special Air Service Regiment”, aldus Campbell.

„Aan het volk van Afghanistan, namens het Australische leger, bied ik oprecht en zonder terughoudendheid excuses aan voor misdaden door Australische soldaten”, sprak de generaal.

’Egocentrische krijgers-cultuur’

Campbell noemde de bevindingen „beschamend”, en sprak van een „egocentrische krijgers-cultuur” onder het eliteregiment SAS. In het rapport van de inspecteur-generaal wordt gesteld dat in dat regiment een „giftig competitieve” cultuur heerste. Volgens generaal Campbell leidde die tot „half werk en het negeren en het verdraaien van de regels.”

Premier Morrison had de Australiërs al gewaarschuwd dat het rapport „lastig en moeilijk nieuws” met zich mee zou brengen, maar de meest schokkende onthullingen werden door weinigen verwacht. Hoewel het rapport uitvoerig geredigeerd is, bevat het beschuldigingen aan het adres van hoge officieren bij de SAS, die zouden hebben bevolen dat ongewapende Afghanen werden gedood.

„Er zijn geloofwaardige aanwijzingen dat onervaren soldaten van hun patrouillebevelhebbers een gevangene moesten doodschieten, zodat zij hun eerste dodelijke slachtoffer hadden gemaakt, in een ritueel dat als ’blooding’ bekendstond”, staat in het rapport. Nadat een burger was vermoord zouden de verantwoordelijken het hebben laten lijken op een gevechtssituatie door wapens of ander materiaal bij de slachtoffers neer te leggen, was ook te lezen.

De gruweldaden kwamen aanvankelijk niet aan het licht door een „cultuur van geheimhouding en compartimentering” waarbij informatie geheim werd gehouden binnen patrouillegroepen.