Nieuws/Binnenland
1594838
Binnenland

Kamerleden: druk op Indonesië opvoeren

Den Haag - Kamerleden willen dat Nederland de druk op Indonesië opvoert. Er moet volgens de parlementariërs alles aan gedaan worden om zo snel mogelijk de waarheid boven tafel te krijgen over wat er is gebeurd met gezonken Nederlandse oorlogsschepen en de overblijfselen van onze overleden zeehelden.

Dat zeggen de Kamerleden in reactie op onthullingen van De Telegraaf. „De nieuwe informatie is stuitend. Het is vreselijk hoe er met de stoffelijke overschotten is omgegaan, hopelijk kan er nog iets worden veiliggesteld”, zegt bijvoorbeeld VVD-Kamerlid Wybren van Haga. De Nederlandse regering wacht nu op antwoorden vanuit Indonesië over de nieuwe onthullingen, maar de liberaal wil niet alleen afwachten en wil snel een goed onderzoek en de lichamen veiligstellen: „We moeten de druk opvoeren.”

Deze krant meldde vanochtend dat er volgens lokale autoriteiten op meerdere plekken in Indonesië menselijke resten zijn gedumpt die afkomstig waren uit illegaal gesloopte wrakken. Zelfs bij een vuilnisbelt zouden ze liggen. Bovendien heeft De Telegraaf het vergunningenregister in handen waaruit blijkt dat het Indonesische ministerie van Transport vergunningen heeft verleend voor het bergen van wrakken, uitgerekend in het gebied waar Nederlandse oorlogsschepen lagen.

Dat is zeer opmerkelijk want toen deze Nederlandse wrakken - gezonken tijdens WOII in een slag in de Javazee - tijdens een duikexpeditie verdwenen bleken, speelde Indonesië nog de vermoorde onschuld over hoe dit had kunnen gebeuren. Het Nederlandse kabinet ging toen mee in het verhaal van Indonesië en alles leek te wijzen op illegale roof van de wrakken, zo werd gemeld. Inmiddels zijn er veel aanwijzingen dat de schepen zijn gelicht, illegaal gesloopt en de menselijke resten gedumpt, wellicht dus zelfs met bureaucratische goedkeuring.

CDA-Kamerlid Hanke Bruins Slot vindt het „schokkend dat er zo met mensen wordt omgegaan die zijn overleden.” „Het is zo volledig respectloos.” Ze wil dat ’alles op alles wordt gezet om een laatste rustplaats te regelen voor de overledenen’. Bovendien wil ze de toezegging dat de Oorlogsgravenstichting daar een rol in mag spelen. Van de Nederlandse regering verwacht ze dat er ’volop druk’ wordt gezet achter de schermen op de Indonesische autoriteiten ’om nu echt de feiten boven tafel te krijgen’.

PVV-Kamerlid Gabriëlle Popken vindt het ’schandelijk’ als het waar is dat Indonesië gewoon vergunningen afgaf voor het schenden van de zeemansgraven. „Dat zijn onze militaire helden.” Ook zij wil diplomatieke druk en wil het liefst dat Nederland mee kan kijken bij het nieuwe Indonesische onderzoek, in plaats van alleen afwachten. Ze wijst er op dat Indonesië er belang bij heeft om te vertellen dat dat land echt geen vergunning heeft afgegeven voor het bergen van wrakken, een praktijk waarmee via de verkoop van staal geld te verdienen valt. „Het liefst wil ik dat we meekijken over de schouder.”

GL-Kamerlid Isabelle Diks vindt de eerdere communicatie van het kabinet, dat het boek al wilde sluiten, ’richting de nabestaanden erg onzorgvuldig’. „Het moet snel helder worden hoe dit allemaal is gegaan. Het is ongelooflijk akelig dat nu voor de prijs van het staal, graven worden geschonden.” Ze hoopt dat er plaatselijk actie wordt genomen om schepen te beschermen die er nog wél liggen.

D66-Kamerlid Salima Belhaj vindt het verhaal ’vreselijk voor de nabestaanden’. Ze hoopt in het vragenuurtje aan de minister van Defensie te kunnen vragen hoe die het onderzoek ’zo spoedig mogelijk’ in gang kan laten zetten.