Nieuws/Binnenland

Lars Mytting schrijft boeken voor mannen die doorgaans niet lezen

Over houthakken en oldtimers

— Bestseller-auteur Lars Mytting maakte furore met zijn non-fictie boek Norwegian Wood, in het Nederlands vertaald als De man en het hout. Van Frankrijk tot Zuid-Korea leert de Noorse schrijver zijn lezers houthakken, hout drogen en stapelen en op de juiste wijze fikkie stoken. Inmiddels is ook zijn melancholische debuutroman in het Nederlands vertaald: Paardenkracht.

Deze uitgave zal, net als zijn houthakkersbijbel en het eerder vertaalde spannende verhaal De vlamberken, vooral mannelijke lezers aanspreken. Mytting grinnikt: „Tja, ik heb een interessante niche aangeboord. Ik verdien de kost door boeken te schrijven voor mannen die normaal gesproken niet lezen.”

In Paardenkracht (dat in zijn vaderland tien jaar geleden al is verschenen) draait het allemaal om auto’s, oldtimers wel te verstaan. Erik Fyksens, de hoofdpersoon, baat een kleine garage annex benzinestation uit in Annor, een dorpje in de Noorse provincie. Hij is gespecialiseerd in het repareren en onderhouden van klassieke wagens. Van de Thunderbird en Pontiac GTO tot een Shelby Mustang, de eerste 68 pagina’s passeren er tientallen auto’s, merken en hun eigenaardigheden de revue.

Lezers die geen doorgewinterde autofreaks zijn, moeten even doorbijten. Maar voorbij de koppakkingen, v-snaren en koelslangen treffen zij een indringend verhaal aan over een verloren liefde en een gedreven man die wanhopig probeert zijn eenmanszaak overeind te houden als een nieuwe snelweg wordt aangelegd langs zijn dorp en zijn, geheel in retro-stijl opgeknapte benzinestation uit de route komt te liggen.

„Dit boek staat stijf van de pure nostalgie, de zorgen om de veranderende wereld en het verlies van kennis die daarmee gepaard gaat”, zegt Lars Mytting. „Het is duidelijk dat Erik Fyksens van een uitstervend ras is. Hij heeft zich immers gespecialiseerd in het repareren van auto’s die nauwelijks nog op de weg rijden. Niemand lijkt meer interesse te hebben in alles wat hij weet en zo belangrijk vindt.”

„Natuurlijk is mijn roman geen pleidooi tegen stedelijke ontwikkeling of tegen de vooruitgang in het algemeen. Ook ik vind dat wij ons moeten blijven ontwikkelen. Maar waar ik me wel oprecht zorgen om maak, is het gemak waarmee we kennis overboord gooien en afscheid nemen van bepaalde dingen. Pas als het te laat is, realiseren we ons wat de werkelijke waarde van al die zaken was”, stelt Mytting.

„Neem mijn eigen grootmoeder. Toen zij in de jaren vijftig van de vorige eeuw voor het eerst plastic keukenspullen en serviesgoed zag, vond ze dat zo prachtig, dat ze alle oude houten mokken, kommen en lepels heeft verbrand. Eeuwig zonde natuurlijk. Maar goed, zelf gooien we ook zonder enige terughoudendheid onze oude computer bij het grofvuil. Misschien dat we daar later ook hoofdschuddend op terugkijken.”

„Met al mijn boeken probeer ik een lans te breken voor de herwaardering van praktische kennis en handenarbeid, zoals houthakken of aan auto’s sleutelen. De hoge waardering voor academische kennis is in onze maatschappij doorgeslagen, vind ik. Het is een treurige ontwikkeling, want het ambachtelijke werken met je handen is net zo belangrijk als arbeid verrichten met alleen je hoofd.”

„Ik heb een vriend die, behalve schrijver, ook fulltime timmerman is. En weet je wat hem het meest irriteert? Als mensen vragen: waarom doe je dat? Jij bent toch zo slim?” Mytting schudt zijn hoofd. „Dat is toch een ongelofelijke belediging! En een uitstekend voorbeeld van hokjesdenken. Alsof uitsluitend mensen die niet slim zijn met hun handen werken. Het tegendeel is waar. Want ook een loodgieter en bouwvakker hebben hoogwaardige kennis, het is alleen geen theoretische kennis, maar praktische.”

Hij vervolgt: „We hebben er niets aan als we allemaal tot kortzichtige specialisten met louter theoretische kennis worden opgeleid. Als de elektriciteit langdurig uitvalt, raakt menig academicus in paniek. Terwijl iemand die gewend is om met zijn handen te werken, domweg hout gaat zoeken en vuur stookt om zich warm te houden en een maaltijd te bereiden.”

Mytting zelf is van alle markten thuis. De schrijver, die zijn carrière als journalist begon, maakt graag zijn handen vuil. Niet alleen heeft hij het houthakken tot kunst verheven en kan hij uren boeiend vertellen over bijvoorbeeld ’de-weduwe-op-de-brug’, een handige methode om een vuurtje snel te doen ontvlammen en langdurig brandende te houden. Hij repareert ook zonder problemen zijn eigen auto’s en motor.

„Ik ben opgegroeid op het Noorse platteland. Daar betekent een auto vrijheid. Zonder wielen kom je nergens. Zeker voor jongeren is een eigen auto iets om reikhalzend naar uit te kijken. Als je niet eeuwig aan het huis van je ouders gekluisterd wilt zijn, heb je een wagen nodig. Dat wordt dan je eigen universum, waarin je voor het eerst je eigen muziek kunt luisteren en waarmee je letterlijk je eigen weg kunt gaan. Ook dat nostalgische gevoel zie je bij Erik Fyksens, zijn vrienden en in de soundtrack van mijn boek duidelijk terug.”