Nieuws/Binnenland
1607281814
Binnenland

Nederland biedt nabestaanden Srebrenica ’diepste excuses’ aan

DEN HAAG -

De Nederlandse regering biedt haar „diepste excuses” aan voor het feit dat zij samen met de internationale gemeenschap de genocide in Srebrenica niet heeft kunnen voorkomen. Minister van Defensie Kajsa Ollongren deed dat in een toespraak tijdens de jaarlijkse herdenking in Bosnië en Herzegovina.

In juli 1995 namen Bosnisch-Servische troepen de enclave Srebrenica in die onder bescherming stond van Nederlandse blauwhelmen. Bosnische moslimmannen en -jongens werden weggevoerd en meer dan 8000 van hen werden gedood.

Volgens Ollongren had de internationale gemeenschap beloofd om de mensen in de enclave te beschermen. „In de veronderstelling dat het genoeg zou zijn. Ook Nederland deed daaraan mee, met de beste intenties”, zei de minister in Potocari. Ze zei het leed van de nabestaanden niet te kunnen wegnemen. „Maar wat we wel kunnen doen is de geschiedenis recht in de ogen kijken.”

Dutchbat-veteranen

„De afschuwelijke genocide is de schuld van slechts één partij: het Bosnisch-Servische leger. En gelukkig zijn belangrijke verantwoordelijken inmiddels berecht door het International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia in Den Haag.” Toch vond ze excuses gepast, gezien de gedeelde internationale verantwoordelijkheid van Nederland „voor de situatie waarin dit kon gebeuren.”

Vorige maand bood premier Mark Rutte excuses aan aan de Dutchbat-veteranen voor hun missie die „gaandeweg onuitvoerbaar bleek.” „De wereld liet het op een verschrikkelijke manier afweten”, zei de premier. Voormalig Dutchbat-commandant Thom Karremans noemde die excuses „goed”, maar voor hemzelf „nu te laat.”

Volgens Ollongren werken nabestaanden van Srebrenica en de Dutchbat-veteranen „met één stem” aan een nationaal monument in Den Haag voor de genocide. In die stad wordt maandag ook stilgestaan bij de massamoord. Daar worden onder meer vijftig namen van slachtoffers voorgelezen, voorafgegaan door een elf kilometer lange vredesmars.