Nieuws/Binnenland
1609196
Binnenland

Voorbereiding op kernongeluk schiet tekort

DEN HAAG - Nederland, België en Duitsland moeten zich beter voorbereiden op een ongeluk met een kerncentrale. Naast verbeteren van de crisisplannen, moeten de landen meer samen hulpprogramma’s oefenen en moeten ze organiseren dat ze de te nemen maatregelen en de communicatie hierover onderling afstemmen, stelt de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) in een rapport.

De raad vindt ook dat de autoriteiten meer oog moeten hebben voor de zorgen in de samenleving over een mogelijke kernramp. Aanleiding voor het onderzoek waren zorgen van mensen in de grensregio’s over het aantal incidenten, zoals haarscheurtjes in de kerncentrales in België.

Het OVV stelt dat de kans op een ernstig kernongeval klein is. Maar als zich een kernongeval voordoet, hebben de landen de crisisbeheersing niet goed op elkaar afgestemd. „De Onderzoeksraad concludeert dat de samenwerking op papier deels is geregeld, maar als zich daadwerkelijk een kernongeval voordoet, deze waarschijnlijk niet goed zal verlopen”, aldus de raad.

Bescherming tegen straling

Bij een kernongeval moet de bevolking in de omgeving van de kerncentrale beschermd worden tegen straling. Maar volgens de OVV verschilt de voorbereiding van deze maatregelen per land. „Daardoor bestaat het risico dat inwoners aan de ene kant van de grens andere instructies krijgen dan aan de andere kant van de grens. Dit kan leiden tot verwarring en onrust onder de bevolking.”

Ook heeft Nederland met België en Duitsland geen afspraken gemaakt over de gezamenlijke besluitvorming bij een kernongeval in de grensstreek. Daarnaast wordt in de afspraken die gemaakt zijn met België en Duitsland over de crisiscommunicatie te weinig rekening gehouden met verschillen in taal en cultuur.

Positief over samenwerking

De raad is wel positief over de samenwerking om te voorkomen dat een kernongeval ontstaat. „Zo informeren Nederland, België en Duitsland elkaar zo snel mogelijk als er een noodsituatie bij een kerncentrale dreigt.”

Het onderzoek heeft zich niet gericht op de vraag of kerncentrales veilig zijn, maar op de vraag hoe Nederland met zijn buurlanden samenwerkt als het gaat om de kerncentrales in de grensgebieden. Het had vooral betrekking op de kerncentrales in het grensgebied van Nederland en België: Borssele (Nederland), Doel en Tihange (België).

Tihange, bij Hoei in de provincie Luik, en Doel, tussen Antwerpen en de Nederlandse grens, hebben regelmatig te kampen met problemen die het noodzakelijk maken reactoren buiten bedrijf te stellen. Milieuactivisten en verontruste burgers eisen al jaren sluiting van de centrales.

Beraad met buren over kerncentrales belangrijk

Samenwerking en afstemming met de buurlanden over nucleaire veiligheid is erg belangrijk. „We moeten al het mogelijke doen om incidenten bij kerncentrales met grensoverschrijdende gevolgen te voorkomen”, aldus verantwoordelijk staatssecretaris Stientje van Veldhoven in een eerste reactie op een rapport waaruit blijkt dat de samenwerking met België en Duitsland beter kan.

De Onderzoeksraad voor de Veiligheid, die het rapport opstelde, kwam ook met aanbevelingen voor verbetering. „Zo kunnen we nog beter afstemmen en samenwerken met onze buitenlandse collega’s op het gebied van nucleaire veiligheid”, begrijpt Van Veldhoven. Ze zegt voor de zomer met een reactie van het kabinet te komen.

Gesproken met inwoners

Ze benadrukt dat ze tijdens haar eerste werkbezoek als staatssecretaris heeft gesproken met inwoners die dicht bij een kerncentrale wonen. Verder had ze daarna contact met haar Belgische collega over beter delen van informatie tussen België en Nederland.