Nieuws/Binnenland
1611869558
Binnenland

’30 procent Nederlanders heeft antistoffen corona’

Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) op bezoek bij Sanquin.

Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) op bezoek bij Sanquin.

AMSTERDAM - Het aandeel Nederlanders dat antistoffen in het bloed heeft tegen het coronavirus is gestegen van 20 naar zo’n 30 procent. Dat meldt Nieuwsuur op basis van cijfers van bloedbank Sanquin, die wekelijks van zo’n 2000 donoren onderzoekt of ze antistoffen in het bloed hebben.

Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) op bezoek bij Sanquin.

Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) op bezoek bij Sanquin.

„Het is de grootste en snelste stijging van het aantal donoren met corona-antistoffen sinds het begin van de epidemie”, zegt Sanquin-onderzoeker Hans Zaaijer.

Sanquin doet al tijden onderzoek naar het aandeel antistoffen. Dat is officieel niet representatief voor de hele bevolking, maar geeft wel een goed beeld, want bij het laatste antistoffen-onderzoek van het RIVM kwamen de resultaten overeen met die van Sanquin.

Middengroep probleem

Ouderen krijgen antistoffen doordat ze gevaccineerd worden. Jongeren vooral door grote uitbraken. De ’probleemgroep’ is de leeftijd 40 tot 69 jaar. „De middelste categorie blijft achter. De immuniteit ligt bij hen onder of maar net boven 25 procent”, aldus Zaaijer.

Jan Willem Uffen, internist acute geneeskunde in het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein, ziet dat er steeds meer mensen van middelbare leeftijd in het ziekenhuis liggen. „Het begint al bij dertigers. Ze zijn ziek, behoorlijk ziek. En het zijn verrassend genoeg ook mensen die helemaal geen onderliggende ziektes hebben.”

Ic

Dat veertigers, vijftigers en zestigers relatief weinig antistoffen hebben, is volgens Uffen geen positief gegeven. „Het betekent dat als we gaan versoepelen, zij een hoger risico vormen om in het ziekenhuis te belanden.” Hoe jonger de patiënten, hoe meer druk op de ic. „De oudere patiënten geven zelf vaak aan niet meer naar de IC te willen. Dat is bij een jongere patiënt niet. Daar zet je alles op alles om de patiënt nog beter te maken.”