Nieuws/Binnenland
162613609
Binnenland

Verdachte doodrijden Tamar (14) krijgt verkeersboete omdat hij op telefoon keek

Marken - Een 28-jarige in Duitsland woonachtige man krijgt een verkeersboete van 1500 euro voor zijn rol bij de dood van de 14-jarige Tamar uit Marken. Er is naar het oordeel van het Openbaar Ministerie geen bewijs dat de bestuurder roekeloos of aanmerkelijk onvoorzichtig zou hebben gereden.

De advocaat van de nabestaanden zet vraagtekens bij die conclusie, maar het OM verklaart: „De bestuurder keek op de navigatie van een mobiele telefoon en voelde op enig moment zijn stuur trillen, waaruit hij concludeerde dat hij door een gat in de weg of over iets heen reed. Het meisje werd overreden en overleed ter plaatse.”

Het lichaam van het meisje werd op 25 juli vorig jaar om 04.00 uur gevonden in de berm van de dijk tussen Monnickendam en Marken nadat de familie alarm had geslagen over haar verdwijning. Tamar was van huis weggelopen na een ruzie.

Het OM laat weten: „Uit het onderzoek is vast komen te staan dat het meisje door de auto van verdachte is overreden en daardoor is komen te overlijden. Onduidelijk is gebleven hoe zij op de weg terecht is gekomen. Na uitgebreid en zorgvuldig strafrechtelijk onderzoek door de politie Noord-Holland concludeert het OM dat de bestuurder geen ernstige verkeersfouten kan worden verweten. Het meisje is door de auto van verdachte overreden en daardoor komen te overlijden.”

De ouders van Tamar zijn woensdag over de conclusies van het strafrechtelijk onderzoek naar de dood van hun dochter op de hoogte gesteld door het OM. Dat vindt dat „de bestuurder op die plek, midden in de nacht, redelijkerwijs geen persoon op de weg hoefde te verwachten.” Toch is het hem aan te rekenen dat hij onvoldoende heeft opgelet: „Hij was daardoor niet in staat de auto te stoppen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was. Hiermee heeft hij een verkeersovertreding begaan en daar krijgt hij een boete voor.”

’Ambivalente gevoelens’

Advocaat Sébas Diekstra wil nog niet zeggen of de nabestaanden zich bij deze afdoeningsbeslissing zullen neerleggen: „Wij zullen de komende tijd het strafdossier grondig bestuderen. Dit om na te gaan hoeveel aanleiding er is om verdere vervolging rondom deze doodrijding af te dwingen.”

Anis Boumanjal, de advocaat van de verdachte, zegt „ambivalente gevoelens” te hebben over de afwikkeling: „Het is iets verschrikkelijks dat elke automobilist kan overkomen. Een ongeluk. Uiteraard kan ik me volledig voorstellen dat de nabestaanden misschien hadden gehoopt dat er een duidelijke schuldige zou kunnen worden aangewezen.”

Het onderzoek sluit een eerder geopperd scenario, dat Tamar twee keer aangereden zou kunnen zijn, uit. Het meisje zou na een onenigheid thuis zijn weggelopen. Ze is waarschijnlijk richting Monnickendam gelopen en op een bepaald omgekeerd en door een auto geschept. Het OM stelt: „De bestuurder en bijrijder hebben verklaard dat ze op de navigatie van de mobiele telefoon keken en op enig moment voelden dat de auto ergens overheen of door een gat in de weg reed. De bestuurder en bijrijder verklaren geen aanleiding te hebben gehad dat als alarmerend te beschouwen en zijn doorgereden.”

’Omgeven met mysterie’

„De zaak is omgeven met mysterie”, reageert advocaat Anis Boumanjal van de Duitse man: „Mijn cliënt is wel de veroorzaker van de dood van het meisje, maar het is niet komen vast te staan dat mijn cliënt in juridische zin enige blaam treft. Mijn cliënt heeft vanaf dag één openheid van zaken gegeven en volledige medewerking verleend aan het uitgebreide opsporingsonderzoek. Zijn relaas wordt door het onderzoek bevestigd.”

De raadsman is niet onbewogen onder de voor zijn cliënt goede afloop: „Aan de ene kant is cliënt opgelucht dat hij wordt geloofd en er geen vervolging plaatsvindt voor de misdrijven, maar aan de andere kant is het vervolgen voor een verkeersovertreding niet opportuun. Het is cliënt niet in de koude kleren gaan zitten dat hij in feite mogelijk de veroorzaker is van de dood, terwijl hem geen schuld treft.”

„Hij reed op een weg waarop hij niet hoefde te verwachten dat er een persoon zou liggen, met een noodlottig ongeval als gevolg. Welk belang dient dan het alsnog vervolgen van de overtreding, terwijl ook de overtreding niet zonder meer kan worden bewezen. Hiermee wil ik niets afdoen aan de fnuikende gevolgen voor de nabestaanden. Zaken raken mij niet snel, maar deze heeft mij niet onbewogen gelaten. De gedachte dat de nabestaanden geen antwoord hebben kunnen krijgen op voor hen zo belangrijke vragen, maakt de zaak zo ongelooflijk schrijnend.”