Nieuws/Binnenland
1629757655
Binnenland

Advocaten willen uitspraak over vertrouwenspersoon kroongetuige

Advocaten Peter Schouten en Onno de Jong van de kroongetuige leggen bloemen neer op de plek waar Peter R. de Vries werd neergeschoten.

Advocaten Peter Schouten en Onno de Jong van de kroongetuige leggen bloemen neer op de plek waar Peter R. de Vries werd neergeschoten.

DEN HAAG - De advocaten Peter Schouten en Onno de Jong willen een principe-uitspraak van de rechter over de vraag of een vertrouwenspersoon altijd toegang moet krijgen tot een kroongetuige. Dat zegt Schouten zaterdag in een interview met het AD.

Advocaten Peter Schouten en Onno de Jong van de kroongetuige leggen bloemen neer op de plek waar Peter R. de Vries werd neergeschoten.

Advocaten Peter Schouten en Onno de Jong van de kroongetuige leggen bloemen neer op de plek waar Peter R. de Vries werd neergeschoten.

De twee advocaten staan kroongetuige Nabil B. bij in het liquidatieproces Marengo. Peter R. de Vries was vertrouwenspersoon van B. en werkte nauw met het advocatenduo samen.

Schouten en De Jong procedeerden herhaaldelijk tegen de Staat over de positie van De Vries als vertrouwenspersoon van B. De laatste procedure - over de vraag of De Vries Nabil B. in de gevangenis kon bezoeken - werd door de advocaten gewonnen. Justitie ging tegen die uitspraak in beroep. Vrijdag werd dat beroep ingetrokken, aldus Schouten in het AD, omdat De Vries is doodgeschoten.

„Dat vinden Onno en ik oneervol”, zegt Schouten in de krant. „Dan lijkt het net of zijn werk om dit te bereiken voor niets is geweest. Wij gaan juridisch onderzoeken of we ons hiertegen kunnen verzetten. Het hoger beroep moet doorgaan. We willen de principe-uitspraak dat een vertrouwenspersoon altijd toegang moet krijgen tot een kroongetuige.”

De Vries was sinds vorig jaar zomer vertrouwenspersoon van kroongetuige B. Hij werd op 6 juli in Amsterdam neergeschoten en bezweek negen dagen later aan zijn verwondingen.

Precedentwerking

Het ministerie van Justitie en Veiligheid verzette zich in de procedure tegen de mogelijkheid die De Vries had om contact te onderhouden met B. op een manier die normaal is voorbehouden aan advocaten. Centrale vraag was wie gerekend kunnen worden tot de zogenoemde geprivilegieerde personen, die vrijelijk en zonder toezicht kunnen spreken met gedetineerden. Die groep wordt volgens het ministerie om veiligheidsredenen zo klein mogelijk gehouden.

Door een vertrouwenspersoon als De Vries toegang te geven, vreesde het ministerie precedentwerking. „De kans bestaat dat gedetineerden zullen proberen om via deze weg met een bredere groep vertrouwelingen te kunnen praten”, schreef het ministerie eerder in een schriftelijke verklaring.

Eerder kreeg De Vries ook al toestemming om B. te bellen met de advocatentelefoon, die niet mag worden afgeluisterd.