Nieuws

Nieuw datacenter van Google in de Eemshaven is vijftigste in Nederland

Internet nog in de opstartfase

Zware beveiliging maakt het onmogelijk om foto’s te maken in het Groningse Google-datacenter. Dit is in Oklahoma.

Zware beveiliging maakt het onmogelijk om foto’s te maken in het Groningse Google-datacenter. Dit is in Oklahoma.

foto Google

Eemshaven - Een immens datacenter van Google in de Groningse Eemshaven zet Nederland opnieuw op de kaart als digitale vestigingsplaats voor bedrijven. „Er gaat geen gesprek over datacenters voorbij of Nederland wordt genoemd.”

Zware beveiliging maakt het onmogelijk om foto’s te maken in het Groningse Google-datacenter. Dit is in Oklahoma.

Zware beveiliging maakt het onmogelijk om foto’s te maken in het Groningse Google-datacenter. Dit is in Oklahoma.

foto Google

Wie vijf jaar geleden over ‘de cloud’ begon, kreeg glazige blikken als reactie. Hoe anders ziet de wereld er nu uit. Jong en oud heeft zijn foto’s er opgeslagen, en steeds meer bedrijven werken met met digitale - dus locatie-onafhankelijke - werkplekken.

Om alle data op te kunnen slaan die de opmars van de cloud met zich meebrengt, schieten de datacenters als paddestoelen uit de grond. In één land nog harder dan waar ook ter wereld: Nederland.

„Er gaat geen gesprek over investeren in datacenters voorbij, of Nederland wordt genoemd”, zegt Michiel Steltman, directeur van Digitale Infrastructuur Nederland (DINL). „Amsterdam huisvest namelijk een van de belangrijkste internetknooppunten ter wereld. Wie zijn data onvertraagd beschikbaar wil hebben, moet zo dicht mogelijk bij een knooppunt zitten.”

Onderzoek van Deloitte bevestigt deze beweging. In Europa is er geen regio die een hogere datacentercapaciteit heeft dan Amsterdam. Zelfs belangrijke financiële centra als Londen, Parijs en Frankfurt verbleken bij de capaciteit per hoofd van de bevolking in de regio Amsterdam.

Volgens datacenterspecialist Andrew van der Haar zijn er in totaal in Nederland zo’n 140 datacenters. „De meeste daarvan zijn maar klein. Ik schat dat er nu met Googles nieuwe datacenter in de Eemshaven zo’n vijftig met een serieuze omvang staan.”

Met de Eemshaven koos Google een locatie die relatief ver weg staat van het Amsterdamse internetknooppunt. Steltman legt uit: „De Eemshaven moet je zien als een groot internationaal distributiecentrum. Alles is beschikbaar, maar met een kleine vertraging. Amsterdam is meer de winkelstraat waar alles direct voor het grijpen ligt. Ook Google kiest bij zaken die onvertraagd moeten gebeuren, zoals zoekopdrachten, voor centers in de buurt van Amsterdam.”

Hoewel velen het fenomeen ‘cloud’ associëren met opslag, is dat slechts één van de uitwerkingen. Cloud computing is het algemene principe dat informatie via internet verwerkt wordt. Zelfs Dropbox, het grootste cloudopslagbedrijf ter wereld, wil niet alleen met opslag geassocieerd worden.

Dropbox ziet zichzelf meer als de eerste laag van het privé-internet waaraan vervolgens gepersonaliseerde diensten gekoppeld kunnen worden. Ceo Drew Houston van het bedrijf kapittelde deze krant met een knipoog: „Wij hebben net zoveel te maken met opslag als de iPhone met glas.”

Zoals het herkennen van onkruid in de tuin enige oefening vergt, is ook een cloudtoepassing niet meteen als zodanig herkenbaar. Zo hoeven clouddiensten niet per se een eigen app te hebben. Steeds meer van zulke diensten kiezen er juist voor om ‘online’ te gaan.

Google Maps is daarvan een voorbeeld. De gebruiker heeft geen flauw idee waar in de wereld de route wordt berekend, en toch verschijnt die in enkele seconden op zijn beeldscherm. Het draaien van apps op een andere locatie, wordt virtualiseren genoemd.

Op dat gebied is nog veel terrein te winnen, denken deskundigen. Internetapplicaties kunnen veel krachtiger worden dan ze nu zijn. Pat Gelsinger, ceo van ’s werelds grootste virtualisatiebedrijf VMware, denkt dat daardoor de verschillen tussen traditionele en digitale bedrijven zullen vervagen.

„Als iemand zonder IT-achtergrond een nieuwe app bedenkt, doet hij er alles voor om die zo succesvol mogelijk te maken”, aldus Gelsinger. „Met als risico dat de app niet stabiel genoeg is om een enorme populariteitsgolf aan te kunnen. Of, nog erger: dat hij onveilig is.”

Gelsinger biedt met VMware een platform dat dit soort problemen wegneemt. Het bedrijf heeft evenwel een belangrijk probleem: in de opkomst van de cloud speelt het een zeer beperkte rol en probeert die nu te vergroten door met Google-concurrent Amazon Web Services (AWS) op te trekken.

Ook Google heeft een achterstand op AWS en Microsoft, maar heeft met eigen diensten als YouTube, Search en Maps al wel de grootst denkbare klant in huis. Niet voor niets wordt ‘Eemshaven’ dan ook het grootste datacenter van Nederland (zie kader).

Minister Kamp toonde zich bij de opening alvast hoopvol gestemd over de digitale toekomst van Nederland. Hij denkt dat Nederland „een gebied van de toekomst is dat voor veel bedrijven interessant is”.