1691701
Binnenland

Vernietigend oordeel over aanpak Amsterdamse jihadi’s

’Ramp-ambtenaren hadden vrij spel’

Amsterdam - Geslotenheid en een Amsterdamse arrogantie bij de afdeling Radicalisering en Polarisatie van de gemeente Amsterdam hebben ertoe geleid dat ambtenaren jarenlang ongehinderd hun gang konden gaan. Dat schrijven terrorisme- en beleidsexperts onder wie Beatrice de Graaf die in opdracht van het stadsbestuur het beleid tegen het licht hebben gehouden.

Zo kon programmamanager Saadia Ait Taleb een jongen op wie ze verliefd was voor veel geld inhuren. Dit leidde tot strafontslag, dat wijlen burgemeester Eberhard van der Laan oplegde. Hoewel de gemeente lang vol hield dat het een ’individueel geval’ betrof, onthulde deze krant dat er sprake van een dieper probleem op de afdeling.

De gemeente heeft vervolgens een taskforce opgericht, waaruit nu inderdaad blijkt dat er veel schort aan de cultuur op de afdeling. „De taskforce concludeert dat bedrijfsvoering en integriteit binnen het programma niet de aandacht hebben gekregen die nodig was”, blijkt uit de brief.

De Amsterdamse aanpak van radicalisering was kort na de moord op Theo van Gogh internationaal toonaangevend, maar is dat al lang niet meer, concluderen Beatrice de Graaf en Daan Weggemans, van de universiteiten van Utrecht en Leiden.

Ambtenarij vol van zichzelf

Toch was de ambtenarij op de Stopera zo vol van zichzelf, dat ze haar gang ging en zich na verloop van tijd helemaal buitensloot van het grote internationale netwerk van deskundigen op het gebied van radicalisering. „Kennis uit Amsterdam werd node gemist”, schrijven de onderzoekers, waar burgemeester Van der Laan vorig jaar nog sprak van zijn stad als een voorbeeld voor andere.

In de praktijk was het door het ingehuurde bureau Scholten en Partners en Saadia’s goede vriendin Fatima Elatik uitgerolde sleutelfigurenbeleid (waarbij ogen en oren in de wijk worden gevraagd te helpen) vooral gericht op het elkaar toeschuiven van projectjes, is het harde oordeel van de experts. Dit werd allemaal uit de openbaarheid gehouden door het project te omgeven met geheimzinnigheid. Maar, zeggen De Graaf en Weggemans, wanneer sleutelfiguren uit etnische groepen worden inzet om radicalisering te ontdekken en te bestrijden, moet je juist transparant kunnen zijn.

Zelfredzaamheid

Daarentegen ontstond in Amsterdam een cultuur van ’zelfredzaamheid’, blijkt uit het rapport. „Kennis werd te weinig centraal, open en transparant gedeeld en besproken”, blijkt uit onderzoek. „De luiken moeten open. Geheimhouding, of dat nu vanuit ambtelijke angst of commercieel belang wordt geuit, moet zoveel mogelijk worden vermeden, in ieder geval binnen de netwerken van de stad zelf.”

Volgens de hoogleraren viel de ’Amsterdamse aanpak’ in de beeldvorming op door een ongemakkelijke houding ten aanzien van het vraagstuk van de raakvlakken tussen terrorisme/radicalisering en religie. Wellicht mede vanuit die ’religieuze kramp’ lijkt het debat hierover, met lokale gemeenschappen, experts of ervaringsdeskundigen uit andere steden, te weinig gevoerd te zijn. Dit was juist het stokpaardje van burgemeester Van der Laan, die zelfs de Ierse expert David Kenning inhuurde om te verkondigen dat de aanslagen vooral met sociale aspecten te maken hadden en niet zozeer met religie.