Nieuws

Koning Willem-Alexander zet zijn vliegpassie voort achter stuurknuppel in cockpit van Boeing 737

’Problemen neem je niet mee naar boven’

Koning Willem-Alexander zat gisteren voor het laatst achter de stuurknuppel voor KLM Cityhopper. Na 21 jaar gastvlieger te zijn geweest bij de maatschappij en daarvoor bij Martinair, laat hij zich omscholen voor het besturen van een Boeing 737 van moedermaatschappij KLM. In een exclusief interview met De Telegraaf spreekt de koning vrijuit over zijn gastvliegerschap, waarbij hij twee keer per maand passagiers vervoert die geen idee hebben dat de vorst in de cockpit zit. „Ik vind vliegen gewoon fantastisch.”

Het was toch een beetje de afsluiting van een tijdperk. Met gezagvoerder Maarten Putman vloog de koning gisteren op en neer naar het Noorse Stavanger in de vertrouwde Fokker 70. De twee waren de afgelopen jaren een hecht pilotenteam. De koning was de co-piloot, zoals alle gastvliegers bij de KLM dat zijn. Putman, die ook bij het interview aanwezig is, was de gezagvoerder en had het in de cockpit als eindverantwoordelijke voor het zeggen. „We overleggen alles”, zegt Putman. „Maar als we ons KLM-uniform aantrekken, ben ik de gezagvoerder en is de koning de co-piloot.” Over de vliegkunsten van Willem-Alexander is Putman ronduit complimenteus. „Voor de relatief weinig vlieguren die de koning maakt, is hij altijd heel scherp. Alle procedures zitten er goed in. Zeer goed.”

Met zijn royale co-piloot had Putman dan ook iemand naast zich bij wie het vliegeniersbloed door de aderen stroomt. Dat blijkt al uit de blikvanger op de werkkamer van de koning op paleis Noordeinde: het schaalmodel van een KLM Boeing 777-300 met een oranje neus. „Hier vlogen de sporters uit Rio met al hun medailles weer naar Nederland”, vertelt de koning. Tijdens zijn studententijd kon hij aan het gedaver boven de Leidse collegezaal al horen welke toestellen er overvlogen. „Motoren waren toen nog wat luider. En bij Leiden zakken de meeste vliegtuigen tot 2000 voet voor een landing op de Kaagbaan van Schiphol. Dat geeft altijd vrij veel lawaai. Een Fokker 70-motor herken je zo. En een Airbus heeft een heel apart geluid, dus die ook.”

Hoe bent u ooit met het vliegen begonnen?

„Het was een jongensdroom. Ik had na mijn eindexamen in Wales in 1985 een maand over. Toen heb ik mijn eerste vliegbrevet gehaald. Na mijn diensttijd ben ik naar de rijksluchtvaartschool gegaan, en heb daar al mijn beroepsbrevetten gehaald. Dus uiteindelijk is het van het één op het ander gegaan.”

Kunt u het gevoel beschrijven dat bij die jongensdroom hoort?

„Voor mij is het belangrijkst dat ik een hobby heb waar ik me volledig op moet concentreren. Je hebt een vliegtuig, passagiers en een bemanning. Daar draag je verantwoordelijkheid voor. Je kan je problemen van de grond niet meenemen naar boven. Je kan je even volledig los schakelen en ergens anders op concentreren. Dat is voor mij de grootste ontspanning van het vliegen.”

U vliegt met een aantal vaste piloten?

„Ja, omdat er natuurlijk ook een beveiligingsaspect bij komt kijken. We hebben gewoon een vast clubje vliegers waar Maarten Putman er één van is.”

U bent tijdens al die uren in de cockpit niet alleen maar bezig met vliegen; u heeft het vast ook wel over het leven.

„Natuurlijk.”

Dan kletst u dus bij over persoonlijke zaken?

„Ja, het is sowieso heel goed om iemands alertheid te testen als je over het leven praat. Want dan weet je of iemand zorgen heeft. Daar worden we eigenlijk ook op getraind. Huwelijken, overlijden en huizen zijn de drie punten waar je mee kan testen of iemand stress heeft thuis of niet.”

Nu zal het voor veel Nederlanders een behoorlijke verrassing zijn als ze bijvoorbeeld achteraf horen dat de koning in de cockpit zat. Wat krijgt u daar zelf van mee?

„Voor 11 september stond de deur van de cockpit gewoon open. En kwamen er regelmatig mensen een kijkje nemen. En dan vonden mensen het leuk of verbazingwekkend dat ik daar zat. Na 11 september is de cockpitdeur dicht en is er veel minder contact tussen de cabine en de cockpit. Maar ja, sommige mensen herkennen mijn stem bij het omroepen tijdens de vlucht.”

Hoe identificeert u zichzelf dan?

„Het voordeel is dat ik altijd kan zeggen dat ik námens captain en bemanning de passagiers van harte welkom heet. Dan hoef ik mijn eigen naam niet te noemen. Maar de meeste mensen luisteren toch niet...” (lacht)

Heeft uw aanwezigheid ooit tot enige opschudding of hilariteit geleid in het vliegtuig?

„Nee, niet dat ik weet. Ook als we vanuit het bemanningscentrum in KLM-uniform met pet door Schiphol heen lopen, zijn er heel weinig mensen die je herkennen.”

Zat u de afgelopen jaren wel eens met het zweet in de handen achter de stuurknuppel, bij slecht weer, hevige turbulentie of bij een korte landingsbaan?

„Nee, je gaat nooit landen op een baan waar je niet kan landen. Daar zijn ook allemaal veiligheidsmarges op gebouwd. Als het ergens slecht weer is, weet je van tevoren dat het weer voldoet aan je limieten. Je weet gewoon de maximale hoeveelheid wind die je kan hebben. Als er meer is, land je niet. Als de baan te kort is, land je niet. Dus als je aan komt vliegen, is het geen gok. Dat zou voor de luchtvaart desastreus zijn.”

Kunt u van die afgelopen 21 jaar een herinnering noemen die u heel erg is bijgebleven?

(lacht) „Ik vind vliegen gewoon fantastisch. Ik kwam eens op Berlijn aan, toen zou er een popster aan boord zitten. Dat gerucht ging althans. De hele gate daar stond vol met allerlei springende jongeren.”

En die waren niet eens voor u gekomen!

„Nee, die waren er alleen maar voor een popster die niet aan boord zat.”

U heeft nu dus afscheid genomen van de KLM Cityhopper en de Fokker 70…

„Ja, helaas. Het is wel heel apart dat KLM na 97 jaar ook afscheid neemt van de Fokker.”

Misschien had u nog invloed kunnen uitoefenen om het proces bij te sturen, zodat de KBX hier in de lucht bleef?

„Bij wie? Er is geen Fokker meer, ze zijn in 1996 failliet gegaan. Het houdt op. Het hele onderhoud van de Fokkers gaat nu naar Australië. Onze simulator gaat er ook naartoe. Als ik in een Fokker zou willen blijven vliegen, zou ik vier keer per jaar naar Perth op en neer moeten om in de simulator te gaan zitten.”

Voor u het weet maken mensen zich dan druk dat u met de verkeerde maatschappij naar Australië vliegt, zoals bij het staatsbezoek van vorig jaar...

„Ik vlieg heel vaak en heel graag met KLM. Mijn vrouw en ik zijn verzamelaars van huisjes. Wij zitten in onze zesde serie. Misschien is daarmee wel duidelijk hoe loyaal we zijn aan de KLM.”

Ah de typische KLM-huisjes. Heeft u het koninklijk paleis al?

„Ja, ik ben ook op huwelijksreis met KLM geweest. Daar krijg je ’m voor!”

Nu gaat u straks vlieglessen volgen voor de Boeing 737.

„Ja, aan het einde van de maand.”

Wanneer kwam u erbij om u in dat toestel te laten omscholen?

„Begin vorig jaar, toen duidelijk werd dat de Fokker 70 uitgefaseerd zou worden. Ik wil graag doorgaan als gastvlieger bij de KLM. Dat kon eigenlijk alleen op de Embraer of de 737. De andere KLM-vliegtuigen zijn veel groter, en maken langere afstanden. Bij die vluchten zit altijd een overnachting, waardoor ik niet snel terug zou kunnen naar Nederland als er hier iets speelt. Het leek me leuk om ook eens op andere bestemmingen te vliegen, met meer passagiers en langere afstanden. Dat was voor mij echt de drijfveer voor de omscholing naar de 737.”

In media is gesuggereerd dat het kabinet voor de vervanging van regeringstoestel KBX niet voor een goedkopere Airbus, maar voor de duurdere Boeing koos, zodat u er dan mee kon vliegen. U zou ook vorig jaar zijn begonnen met de omscholing. Maar dat is volgens u dus een misverstand?

„Mijn omscholing is vorig jaar bekend gemaakt, ruim voor er überhaupt iets speelde over een keuze voor een regeringsvliegtuig. De bedoeling daarvan was juist om te laten zien dat het één niks met het ander te maken had. En het is wel geestig: want u kijkt me nou ook weer zo aan van...” (lacht)

Nee hoor!

„Twee weken geleden gaf ik een interview, waarna men zei : ’hij is altijd zo eerlijk in z’n interviews’. Nou u kunt er vanuit gaan dat dit net zo eerlijk was.”

U zegt dat dat er allemaal niets mee te maken heeft?

„Nee, echt niets. Meer dan 80 procent van mijn vluchten zijn bij de KLM. Vliegen op het regeringsvliegtuig, daar hou ik mijn brevet niet mee bij. Daarvoor moet ik gastvlieger bij de KLM zijn, ongeacht wat het regeringsvliegtuig is. Het is een bonus als het type hetzelfde is. Maar als het niet kan, is het niet erg. Het gaat erom dat ik die 150 vlieguren per jaar moet maken. En die maak ik bij KLM. Kijk, als ik die Embraer was gaan vliegen, dan was er ook een 737 als regeringsvliegtuig gekomen.”

Wat betekent het omscholen voor u nou in de praktijk? Moet u de studieboeken weer in duiken om theorie te leren?

„Ja, theorie, praktijk, simulator en examen. En dan de lijn op.”

Wat is de tijdspanne daarvoor?

„Een weekje of drie, vier.”

Dan bent u in de zomer klaar voor de 737?

„Ja, als het goed is ruim voor de zomer. Ik moet wel mijn examen halen natuurlijk. (lacht) Kleinigheidje.”