Nieuws/Binnenland
1745003427
Binnenland

Slob wil scholen meer vrije ruimte geven

Minister Arie Slob voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media.

Minister Arie Slob voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media.

DEN HAAG - Scholen mogen in de toekomst 30 procent van de onderwijstijd naar eigen inzicht invullen. Dat is volgens verantwoordelijk minister Arie Slob nodig om het lespakket minder overladen te maken.

Minister Arie Slob voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media.

Minister Arie Slob voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media.

„Leraren en schoolleiders weten wat hun leerlingen nog meer nodig hebben. Daarom wil ik hen de ruimte geven. Scholen kunnen daardoor bijvoorbeeld meer tijd besteden aan lezen als hun leerlingen daar behoefte aan hebben”, aldus Slob.

Het plan maakt onderdeel uit van aanpassing van het lesprogramma voor de basisscholen en de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Dat nieuwe curriculum moet in het schooljaar 2023-2024 ingaan.

Volkslied leren

In het nieuwe curriculum komt meer aandacht voor digitalisering en burgerschap (kennis van de democratie, inspraak, democratische cultuur en rechtstaat en belang van vrijheid en gelijkwaardigheid). Verder zal er „veel aandacht” gaan naar Nederlandse taal en rekenen/wiskunde.

Over het Wilhelmus wordt in de brief niet gerept. In het regeerakkoord is afgesproken dat elk kind het volkslied moet leren. Slob schrijft dat „het belang van nationale symbolen en de Nederlandse ontstaansgeschiedenis aan de orde” zullen komen in het lesprogramma.

Nieuwe onderwijsdoelen

Slob geeft hiermee een eerste kabinetsreactie op de voorstellen voor het vernieuwde curriculum die in oktober door een werkgroep van leraren en schoolleiders zijn gepresenteerd. Het huidige lesprogramma is te versnipperd, wordt als erg vol ervaren en is deels verouderd, aldus de minister.

De bewindsman gaat nu verder met het onderwijsveld praten over de concrete onderwijsdoelen en de ondersteuning die zij nodig hebben bij om het nieuwe curriculum in praktijk te brengen. Ook moet de Tweede Kamer zich nog over de plannen buigen.