Nieuws/Binnenland
1751442451
Binnenland

Historicus Goedkoop in 4 mei-lezing: ’Het komt nu aan op óns morele kompas’

AMSTERDAM - De noodzaak om te varen op een kompas voor goed en kwaad, zoals het bestond bij verzetsmensen en onderduikgevers in de Tweede Wereldoorlog, is opnieuw actueel geworden door de oorlog in Oekraïne. Dat zei historicus en presentator Hans Goedkoop in de 4 mei-voordracht in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. De lezing, getiteld Wat niet mag, gaat vooraf aan de Nationale Herdenking op de Dam.

„Nu komt het op ons aan, op ons kompas voor goed en kwaad. Alsof we nooit anders doen nemen we vluchtelingen op en sturen wapens. Hier moet het recht winnen. En toch zijn daar de tegenkrachten. Ook in ons land. Uit naam van dat recht steunen bedrijven sancties tegen de agressor, maar vragen ondertussen bij het ministerie of zij daar geen uitzondering op mogen zijn. Dat ministerie steunt de sancties ook, maar slaagt er ondertussen matig in ze uit te voeren”, merkt Goedkoop op.

Hij stelt dat ieder van ons zich „de beschaving moet herinneren.” „Nu we met een nieuw oog vaststellen wat er niet mag, blijkt dat we vastzitten aan regels en routines die zich voordoen als het recht, maar net de geest daarvan ontberen. De banaliteit van het kwaad - nazisme heb je er niet eens voor nodig. Is dat hoe we verder willen? En zo nee, gaan we er iets aan doen?” vraagt hij.

Morele kompas

In zijn lezing stond Goedkoop vooral stil bij het morele kompas dat de Joodse advocaat en schrijver Abel Herzberg aan de dag legde in het concentratiekamp Bergen-Belsen. Hij en een aantal medegevangenen, ook juristen, openden een rechtbank, die eens in de week rechtsprak. Daarmee wilde Herzberg zijn medegevangenen herinneren aan de beschaving. „Zelfs in het kampleven van 1944 bleek het mogelijk je niet bij de omstandigheden neer te leggen en jezelf een opdracht mee te geven. Stel vast wat niet mag en leef ernaar.”

Herzberg zag daarvan volgens Goedkoop indrukwekkende voorbeelden in het kamp: „Een rabbijn bijvoorbeeld, die vanwege zijn rabbijnenbaard steeds in elkaar geslagen wordt door kampbewakers. Scheer toch af, zegt iedereen. Hij doet het niet. Of een schoolmeester die ondanks de honger zijn soep laat staan, omdat die niet volgens de spijswetten is. Eet op, zegt iedereen. Hij verdomt het.”

„Het zijn mensen die hun eigen grens tussen wat mag en niet mag nooit meer over zullen gaan. Ze weten dat het hun bestaan eenvoudiger zou maken en hun lichaam goed zou doen. Maar niet hun ziel, die zouden ze verliezen, en je ziet dat Herzberg dat herkent. Hij vindt een soortgelijk beginsel. Niet in God maar in het recht - en ook hij houdt daar absoluut aan vast, hoe zwaar het kamp ook wordt”, memoreerde Goedkoop.