Nieuws/Binnenland
175299479
Binnenland

Advocaten Holleeder halen uit naar rechtbank

Willem Holleeder verlaat de rechtbank van Haarlem (archiefbeeld, 2014).

Willem Holleeder verlaat de rechtbank van Haarlem (archiefbeeld, 2014).

AMSTERDAM - De rechtbank die Willem Holleeder in juli veroordeelde tot levenslange gevangenisstraf was vooringenomen. Dat stellen zijn raadslieden Sander Janssen en Robert Malewicz in een verklaring aan het gerechtshof in Amsterdam over de reden dat ze beroep hebben aangetekend tegen het vonnis.

Willem Holleeder verlaat de rechtbank van Haarlem (archiefbeeld, 2014).

Willem Holleeder verlaat de rechtbank van Haarlem (archiefbeeld, 2014).

„Uitgangspunt lijkt te zijn geweest dat alles dat de getuigen (zussen) Holleeder naar voren hebben gebracht volledig en juist was en alles dat Holleeder daartegenover heeft gesteld dús leugenachtig, onjuist of niet relevant”, schrijven de raadslieden. Ze zeggen dat het „verdrietig is dat zo te moeten constateren, maar dat is hoe het is.”

Janssen en Malewicz zeggen de indruk te hebben dat de rechtbank de „kennelijk sterke overtuiging” had dat Holleeder „linksom of rechtsom voor alles moest worden veroordeeld.”

In algemene zin stellen de raadslieden dat de rechter zich steeds meer opstelt als gewone burger in plaats van als magistraat die boven de zaken staat. Ze wijzen op de „veronderstelling” dat „een rechter meer is dan een burger, beter is dan een burger, beter is dan zichzelf.” In de praktijk zeggen ze echter rechters te zien die „keer op keer alleen maar hard straffen, voorbeelden stellen, leed toevoegen, uithalen, spierballen willen laten zien.”

Holleeder niet bij hoger beroep

Willem Holleeder is woensdag niet aanwezig bij de eerste niet-inhoudelijke zitting in zijn hogerberoepszaak, die voor het gerechtshof in Amsterdam dient. Ook zijn advocaten blijven weg, lieten ze eerder weten.

De reden voor hun afwezigheid is dat het hof heeft laten weten dat er inhoudelijk nog helemaal niets aan de orde komt. De zitting wordt alleen gehouden omdat de wet vereist dat elke drie maanden rechters of in dit geval raadsheren naar de stand van zaken in een lopende rechtszaak kijken.