Nieuws/Buitenland
1784018017
Buitenland

Geen spijt van Mohammed-cartoons

Hoofdredacteur Charlie Hebdo: ’Betreurend hoe weinig mensen strijden voor vrijheid’

Patrick Pelloux, een overlevende van de aanslag op de redactie van het Franse blad Charlie Hebdo.

Patrick Pelloux, een overlevende van de aanslag op de redactie van het Franse blad Charlie Hebdo.

PARIJS - De hoofdredacteur van het Franse satirische weekblad Charlie Hebdo zegt niet te betreuren dat zijn blad cartoons publiceerde van de profeet Mohammed. „Wat ik wel betreur is hoe weinig mensen strijden voor vrijheid”, zei Laurent Sourisseau, die ernstig gewond raakte toen moslimextremisten de redactie aanvielen.

Patrick Pelloux, een overlevende van de aanslag op de redactie van het Franse blad Charlie Hebdo.

Patrick Pelloux, een overlevende van de aanslag op de redactie van het Franse blad Charlie Hebdo.

De publicatie van de cartoons leidde tot woedende reacties in islamitische landen. Ook leidde het volgens aanklagers tot de aanslag op het weekblad. Twee broers drongen het pand in Parijs binnen en begonnen te schieten. Ze kwamen later zelf om het leven bij een confrontatie met de politie.

In Frankrijk worden inmiddels veertien vermeende handlangers berecht van de extremisten die begin 2015 aanslagen uitvoerden. Het ging naast de aanval op Charlie Hebdo ook om dodelijk geweld bij een joodse, koosjere supermarkt. Er vielen in totaal zeventien doden.

24 uur bescherming

Een van de slachtoffers was de toenmalige hoofdredacteur van het magazine, Stephane ’Charb’ Charbonnier. Zijn opvolger Sourisseau krijgt nog steeds de klok rond bescherming. Toch publiceerde Charlie Hebdo de Mohammed-cartoons vorige week opnieuw.

Sourisseau zei tijdens het proces dat er „niets is om spijt van te hebben.” Hij zei ook dat vrijheid niet zomaar uit de lucht komt vallen. „Als we niet voor onze vrijheid vechten, dan leven we als een slaaf en promoten we een dodelijke ideologie.”

Nachtmerrie

Een collega van de hoofdredacteur blikte tijdens het proces terug op de dag van bloedbad. Simon Fieschi herinnerde zich schoten en een man die „Allahoe akbar” zei, gevolgd door „we doden geen vrouwen.”

De extremisten namen ook Fieschi onder vuur. Hij raakte ernstig gewond en verloor het bewustzijn. „Het beeld dat me bijblijft is dat van een bloedspoor door de gang naar de redactie”, vertelde Fieschi, die na het bloedbad weer bij bewustzijn kwam. „Op dat moment besefte ik niet echt wat dat betekende.”