Nieuws/Binnenland
1809971457
Binnenland

Haast en frictie hinderen anti-terreurafdeling van politie

De DSI dienst speciale intreventies en de Marine houden een grote anti-terreur oefening in het Rotterdamse havengebied.

De DSI dienst speciale intreventies en de Marine houden een grote anti-terreur oefening in het Rotterdamse havengebied.

DEN HAAG - De afdeling van de politie die werd opgericht om terrorisme, extremisme en radicalisering tegen te gaan, is door problemen met de organisatie niet goed in staat om zijn werk te doen. Het zogenoemde CTER-cluster moet beter worden in het zelf opsporen van dreigingen. Dat is tot nu toe onvoldoende gelukt terwijl dat wel de bedoeling was, schrijft de Inspectie Justitie en Veiligheid na onderzoek bij de organisatie.

De DSI dienst speciale intreventies en de Marine houden een grote anti-terreur oefening in het Rotterdamse havengebied.

De DSI dienst speciale intreventies en de Marine houden een grote anti-terreur oefening in het Rotterdamse havengebied.

Over de afdeling Contraterrorisme, Extremisme en Radicalisering (CTER) is veel te doen geweest sinds de oprichting in 2017. Na de aanslagen in Parijs en België was de druk groot om niets over het hoofd te zien: „Als een signaal wordt gemist, staat de organisatie volop negatief in de schijnwerpers. De druk die hiermee gepaard gaat, moet niet worden onderschat”, zei een van de medewerkers tegen de Inspectie. Maar vanaf het begin werden de terrorismebestrijders geteisterd door tegenstellingen, ruzies en verschil in opvatting over wat de afdeling nou precies voorrang moest geven. Volgens betrokkenen is sprake van ’een verziekte werksfeer gevoed door een groeiend onderling wantrouwen’, schrijft de Inspectie.

Terrorismebestrijders

Nog steeds zijn niet alle problemen opgelost, zegt de Inspectie. De CTER-afdeling blijkt goed in reageren op bekende dreigingen, bijvoorbeeld na een tip van de inlichtingen- en veiligheidsdienst AIVD. De terrorismebestrijders van de politie zijn er goed in om verdachten aan te wijzen en die voor de rechter veroordeeld te krijgen. De score is daarbij zelfs honderd procent. Het onderzoek naar de Arnhemse terroristencel, die een aanslag wilde plegen op een openluchtfestival in Nederland is een bekend voorbeeld van een gevaar dat door de AIVD werd overgedragen aan de politie.

Minder sterk blijken de terrorismebestrijders van de politie in het zelf ontdekken van gevaren die nog niet al door bijvoorbeeld AIVD boven water waren gehaald, de zogenoemde ’onbekende dreigingen’. Het lukt niet om de vinger te krijgen achter ’fenomenen, samenwerkingsverbanden, netwerken en bewegingen’. Een poging om dossiers op te bouwen van 280 Syriëgangers voor het geval ze massaal zouden terugkeren naar Nederland bleek een veel te grote opgave.

Er leven grote meningsverschillen over de vraag of de CTER-afdeling wel of geen succes is. De tactische afdeling vindt van wel, de inlichtingenafdeling is minder tevreden. „ Dit leidt over-en-weer tot wrijving en teleurstelling.”

Slechte werksfeer

Door ’eilandjes-denken’ en ’eigenbelang’ lukt het niet om de onderlinge samenwerking te verbeteren. Door het ontbreken van een gemeenschappelijke opvatting over de taken en over de uitvoering daarvan ontstaat veel onduidelijkheid, zegt de Inspectie. „Dit leidt intern tot spanningen in de samenwerking en conflicten.”

Er gaan al langer verhalen over een slechte werksfeer binnen het cluster. De politiebond ACP liet daarom weten een voorstander te zijn van een grondig onderzoek. De Inspectie Justitie en Veiligheid denkt dat het tijd zal kosten om de zaken op orde te krijgen omdat daarvoor een „cultuuromslag” nodig zal zijn. De inspectie zegt er ook bij dat er eigenlijk beter nagedacht zou moeten worden over de werkwijze van dit soort samenwerkingsverbanden, zowel voor de bestaande teams als in de toekomst.

De Inspectie Justitie en Veiligheid opende drie grote onderzoeken naar de Landelijke Eenheid van de politie naar aanleiding van signalen „over ongewenst gedrag, een verkeerde stijl van leiderschap en onprofessioneel handelen bij enkele onderdelen”. Begin dit jaar verscheen een rapport over slecht functioneren van de Dienst Landelijke Informatieorganisatie, die agenten en rechercheurs van informatie moet voorzien. Een onderzoek naar de Dienst Specialistische Operaties wordt later deze maand afgerond. Die dienst werkt onder meer aan telefoontaps, getuigenbescherming en speurhonden.