Nieuws/Binnenland
1842023994
Binnenland

Nederland herdenkt: ’We mogen nooit vergeten’

AMSTERDAM - Nederland heeft de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en andere oorlogen en missies herdacht. Bij de Nationale Herdenking op de Dam, was voor het eerste sinds de coronacrisis weer publiek aanwezig om twee minuten stil te zijn.

We moeten ons de beschaving herinneren. Het was een belangrijke boodschap die historicus en presentator Hans Goedkoop ons woensdagavond voorhield tijdens zijn 4-mei-voordracht in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, voorafgaand aan de twee minuten stilte. Hij legde nadrukkelijk de link met de oorlog die momenteel in Oekraïne woedt.

Het was de eerste Nationale Dodenherdenking in twee jaar tijd waar weer publiek bij mocht zijn: de coronapandemie weerhield mensen daar de voorbije edities van. De koning en koningin, zo was al bekend, zouden een krans leggen namens de hele Nederlandse bevolking, en kinderen en kleinkinderen deden dat namens overlevenden, voor verschillende groepen oorlogsslachtoffers. Na de taptoe, twee minuten stilte en het Wilhelmus hielden Femke Halsema, de burgemeester van Amsterdam, en een jongere een voordracht.

Trots

De 19-jarige Tieme de Laat sprak over zijn overgrootvader die nabij concentratiekamp Vught woonde, en zich een dapper man betoonde. ,,Ik ben trots op hem”, sprak de jongen uit Empel. „Hij smokkelde voedsel naar binnen, en briefjes naar buiten.” Zijn overgrootvader moet, zo liet Tieme weten, ’enorme woede hebben gevoeld’.

Halsema begon haar toespraak op een volle Dam met een luguber beeld, over levenloze mensen op straat in Amsterdam, slachtoffer geworden van een explosie. ,,Het was een bom op de hoek van de Blauwburgwal en Herengracht. Het kostte 44 levens.”

Een vreselijke daad van geweld, maar Halsema benadrukte dat het ’slechts’ een voorproefje was wat er 11 mei 1940 gebeurde. ,,Want drie dagen later kreeg Rotterdam te maken met het zwaarste bombardement in de Nederlandse geschiedenis.” Honderden mensen kwamen om, voegde ze toe.

,,Nederland verloor zijn vrijheid, zijn democratie en rechtsstaat.” De burgemeester van Amsterdam, die eens in de drie jaar een toespraak houdt tijdens de Nationale Herdenking, repte van marteling, onderdrukking, van pijn. ,,Samen herdenken biedt troost”, hield ze haar toehoorders voor. ,,We mogen nooit vergeten.”

Kompas

Een uur voor Nederland twee minuten stil was, legde Goedkoop al de nadruk op het kompas voor goed en kwaad, waarop we allen zouden moeten varen. Hij refereerde in zijn lezing getiteld ’Wat niet mag’ daarbij naar verzetsmensen en onderduikgevers in de Tweede Wereldoorlog. Een daad die opnieuw actueel is geworden, zo gaf hij aan, door de oorlog in Oekraïne.

„Alsof we nooit anders doen nemen we vluchtelingen op en sturen wapens. Hier moet het recht winnen. En toch zijn daar de tegenkrachten. Ook in ons land. Uit naam van dat recht steunen bedrijven sancties tegen de agressor, maar vragen ondertussen bij het ministerie of zij daar geen uitzondering op mogen zijn. Dat ministerie steunt de sancties ook, maar slaagt er ondertussen matig in ze uit te voeren.”

Concentratiekamp

De historicus stelt dat ieder van ons zich ’de beschaving moet herinneren’. „Nu we met een nieuw oog vaststellen wat er niet mag, blijkt dat we vastzitten aan regels en routines die zich voordoen als het recht, maar net de geest daarvan ontberen. De banaliteit van het kwaad - nazisme heb je er niet eens voor nodig. Is dat hoe we verder willen? En zo nee, gaan we er iets aan doen?” vroeg hij.

Goedkoop stond specifiek stil bij het morele kompas dat de Joodse advocaat en schrijver Abel Herzberg aan de dag legde in het concentratiekamp Bergen-Belsen. Hij en een aantal medegevangenen, ook juristen, openden een rechtbank, die eens in de week rechtsprak. Daarmee wilde Herzberg zijn medegevangenen herinneren aan de beschaving. „Zelfs in het kampleven van 1944 bleek het mogelijk je niet bij de omstandigheden neer te leggen en jezelf een opdracht mee te geven. Stel vast wat niet mag en leef ernaar.”

De presentator noemde onder anderen de rabbijn die vanwege zijn religieuze baard steeds in elkaar geslagen werd door kampbewakers, die hem probeerden over te halen zijn kin glad te scheren. Hij weigerde. En de schoolmeester die ondanks de honger zijn soep liet staan, omdat die niet volgens de spijswetten is. Alle druk die op hem werd uitgeoefend toch te eten, weerstond hij. „Hij verdomde het”, zei Goedkoop.