Nieuws/Binnenland
1852172778
Binnenland

Provincie Limburg wil latere inenting voor mensen met antistoffen

MAASTRICHT - De provincie Limburg wil dat mensen met antistoffen tegen het coronavirus in hun bloed later worden gevaccineerd. Zij zijn immers meer immuun voor het virus. De Limburgse gedeputeerde Robert Housmans (Zorg) doet die oproep naar aanleiding van een woensdag gepresenteerd onderzoek van de beide Limburgse GGD’en en Maastricht UMC+ in opdracht van de provincie. Daaruit blijkt dat eind vorig jaar gemiddeld zo’n 20 procent van de Limburgers antistoffen in het bloed had. Een percentage dat volgens onderzoeksleider Christian Hoebe van de GGD ZuidLimburg en Maastricht UMC+ inmiddels 25 procent bedraagt.

„Als mensen met antistoffen later gevaccineerd worden, komt het vaccin eerder vrij voor mensen zonder antistoffen”, legt Housmans (PVV) uit. „Daarmee ontlasten we de zorg en de druk op de economie.”

Zeker zolang er tekorten aan vaccins zijn is het belangrijk mensen zonder antistoffen voor te laten gaan, vindt Housmans. „Ik roep beleidsmakers in Den Haag dan ook op om deze mogelijkheden serieus te overwegen. Dat helpt ook bij het uitzetten van een koers richting verdere versoepeling van maatregelen.”

Eind vorig jaar stonden 10.000 volwassenen in Limburg bloed af voor het onderzoek naar antistoffen. In Noord-Limburg had ruim 23 procent antistoffen, in het zuiden van de provincie 17 procent. Het percentage antistoffen is het hoogst in de gezondheidszorg (gemiddeld 25,8 procent en 37,1 procent in de gehandicaptenzorg) en het laagst bij politie, brandweer en marechaussee (10,4 procent). Het percentage in het onderwijs wijkt niet af van het gemiddelde.

Volgens zowel Housmans als Hoebe betekent dit dat er geen reden is om de politie met voorrang te vaccineren. Ook blijkt uit het onderzoek dat het onderwijs geen extra risico’s op besmettingen meebrengt.

Limburgers die geregeld de grens oversteken, hebben minder antistoffen dan mensen die niet de grens naar Duitsland of België over reisden (16,3%). „Deze resultaten zijn een eerste aanwijzing dat grensverkeer een minder belangrijke rol speelde tijdens verspreiding van het virus in de eerste besmettingsgolf”, aldus Hoebe.

Housmans vindt daarom het tegengaan van bezoeken aan het omringende buitenland zolang de coronamaatregelen worden opgevolgd onnodig. „Bezoeken in de grensregio’s hebben geen grote invloed op de besmettingsgraad.”