Nieuws/Binnenland
1858786871
Binnenland

Moeder van het meisje noemt het rapport onvolledig

Vader die verdacht wordt van doodsteken 8-jarige Diya voor de rechter

ROTTERDAM - Hulpverleners hadden de dood van de 8-jarige Diya die vorig jaar maart door haar vader in het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam om het leven werd gebracht niet kunnen voorkomen. Wel hebben de betrokken professionals en organisaties de signalen van onveiligheid voor het kind niet altijd voldoende opgepakt. Dat stelden de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid dinsdag die onderzoek deden naar de rol van de hulpverlening. De moeder van Diya noemt het rapport onvolledig. Woensdag 12 februari staat de vader van het meisje vanaf 9.00 uur voor de rechter.

Onze verslaggever Sebastiaan Schramm is bij de rechtszaak aanwezig en twittert live mee. Zijn tweets vindt u onderaan dit bericht.

In de week voorafgaand aan het incident op 15 maart klopte vader Nirmalkoemar B. meerdere malen bij verschillende hulpinstanties waaronder Veilig Thuis, Fivoor, de politie en de huisarts aan voor hulp. Op de bewuste vrijdag ging het compleet mis in het hospitaal toen hij zijn dochtertje op de afdeling radiologie doodstak. B. heeft bekend en staat morgen terecht in de rechtbank in Dordrecht. Het Openbaar Ministerie maakt dan bekend welke straf zij tegen hem eisen.

Volgens de inspecties hadden de hulpverleners niet een beeld van acuut gevaar vanuit de vader voor Diya kunnen vaststellen omdat de aanwezige signalen snel veranderen. „Het is daarom aannemelijk dat het overlijden van het kind niet voorkomen had kunnen worden als betrokken organisaties anders hadden gehandeld”, aldus de inspecties.

Uit het onderzoek komt wel naar voren dat niet alle signalen van onveiligheid voor het kind zijn gedeeld met Veilig Thuis. Ook bleek relevante informatie niet te zijn gedeeld of in de overdracht tussen de betrokken professionals en organisaties verloren gegaan. „Hierdoor zijn veiligheidsrisico’s niet optimaal ingeschat.” Ook stellen de inspecties dat de betrokken professionals de verkeerde verwachtingen van elkaar hadden. Daarnaast bleken niet alle partijen standaard de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling als werkwijze te hebben.

De betrokken organisaties moeten van de inspecties een verbeterplan opstellen. Dit jaar wordt door de inspecties onderzoek gedaan naar het gebruik van de meldcode huiselijk geweld kindermishandeling bij organisaties.

De moeder van Diya kan zich niet vinden in de inhoud van het rapport. Zij vindt het rapport incompleet. Zo is het gezin volgens haar al vanaf 2014 bekend bij instanties, maar begint het rapport pas met de dood van Diya, terwijl drie dagen eerder al door B. contact was gelegd met de politie.

Verklaring familie

„Hij doet uitspraken die tot vraagtekens leiden. Er wordt echter niet geacteerd, zelfs niet toen verdachte op school verscheen in een kogelvrij vest en met een mes”, aldus een verklaring van de familie die de inspecties bij hun rapport hebben gevoegd.

„De betrokkenen wijzen naar elkaar, maar geen van hen hebben de juiste handelswijze gehanteerd en melding gemaakt. De getrokken conclusie is onvoldoende. Welke signalen zijn er nodig om te handelen? Er wordt geen link gelegd tussen eerdere meldingen en dit gezin. Maar ook recente meldingen deden geen alarmbellen rinkelen, hoewel een minderjarig meisje betrokken is”, gaat de verklaring verder.

„Nagelaten wordt hulpverlening in te schakelen of melding te doen. In het ziekenhuis is nagelaten, ondanks cameratoezicht, om na te gaan of verdachte en dochter zich daar nog bevonden. Niet is gezocht, pas nadat verdachte zich meldde in de hal. Dit ondanks melding om uit te kijken naar hen.”