Nieuws/Wat U Zegt

Deelnemers wijzen actie van horecaondernemers af

Uitslag stelling: ’Kantine geen zuiplokaal’

Door René van Zwieten

Het lokale café heeft niet veel last van buurthuizen, culturele instellingen en sportkantines waar ook drank en voedsel worden geserveerd. Althans, dat denkt iets meer dan de helft van de deelnemers (53 procent) aan de Stelling van de Dag.

De mening van deze respondenten staat echter lijnrecht tegenover de opinie van horecaondernemers die steen en been klagen over oneerlijke concurrentie van deze gelegenheden, die drank en snacks goedkoper verkopen dan de buurtkroeg of het culturele café. Zo schrijft een deelnemer: „Er zijn grote prijsverschillen ten koste van de lokale horeca. En als het niet goed gaat met bijvoorbeeld culturele instellingen, worden ze wel gered. Het lijkt op de bankensector.” Zeker vier op de tien deelnemers steunen de uitbaters. „Subsidie voor de schouwburg of buurthuis is oneerlijke concurrentie voor de lokale horeca. De sportkantines zijn de zuiplokalen van nu en dat is niet de bedoeling van sport.”

Koninklijke Horeca Nederland (KHN) noemt de handhaving van bijvoorbeeld de sluitingstijden van sportkantines een wassen neus. KHN is boos over de loze beloftes van de politiek hierover en wil rigoureuze maatregelen. Zo wil de organisatie bijvoorbeeld dat cafés en restaurants in gesubsidieerde culturele instellingen niet meer profiteren van gemeentelijke steun. De hulp zorgt in de ogen van KHN voor een ’ongelijk speelveld’.

Maar de meerderheid noemt het culturele café, het buurthuis en de sportkantine juist de ontmoetingsplekken voor inwoners van dorpen en steden. Deze locaties moeten juist steun krijgen van de lokale overheid en niet te veel met allerlei regels worden beperkt. Dat gemeenten zo af en toe culturele instellingen in het dorp of stad financieel ondersteunen na een exploitatietekort wordt op de koop toe genomen, omdat het

Menigeen denkt ook dat de sportclub het moet hebben van de barinkomsten. De biertap sluiten na de laatste wedstrijd is dan geen goed idee, stelt meer dan de helft van de deelnemers.

Toch wordt door respondenten wel de wenkbrauwen gefronst over de combinatie alcohol en sport. Velen vinden het een in tegenspraak met de ander. „Drank hoort helemaal niet bij sporten. Een glas water na het sporten, dat is goed en gezond”, betoogt iemand.

De meerderheid stelt dat minder bezoek in de buurtkroeg deels ook te wijten is aan de hoge prijzen die er gevraagd worden voor consumpties. „De horeca prijst zichzelf uit de markt en ze zijn geen ontmoetingsplaatsen voor de lokale bevolking. Ik heb liever een feestje in het buurthuis of sportkantine dan in een café of een hotel.”

Toch is het niet allemaal de schuld van de café-eigenaar, betoogt een respondent: „De horeca zit in een wurggreep van de grote bierbrouwerijen. Hierdoor zijn de kosten enorm gestegen bij uitspanningen en zijn de prijzen toegenomen.”

De meerderheid van de stellingdeelnemers is het ook niet eens met de eis van KHN om de schenktijden tijdens feesten en partijen bij paracommerciële instellingen (schouwburg, sportkantine, buurthuis, etc.) aan banden te leggen. Gemeenten zijn verplicht om deze instellingen via de paracommerciële verordening te controleren op de schenktijden, maar de handhaving schiet vaak te kort, meent de KHN.

POPULAIRE VIDEO'S