Nieuws/Binnenland
1885169736
Binnenland

Engels dankzij Netflix alleen maar beter geworden

Door corona lopen leerlingen 27 weken achter met leesonderwijs

Archieffoto, je leert altijd nog het best lezen in de klas.

Archieffoto, je leert altijd nog het best lezen in de klas.

Den Haag - Voor ’t eerst heeft het ministerie van Onderwijs de leervertraging tijdens de coronasluiting concreet gemaakt; met lezen lopen leerlingen gemiddeld 27 schoolweken achter.

Archieffoto, je leert altijd nog het best lezen in de klas.

Archieffoto, je leert altijd nog het best lezen in de klas.

In de miljardenoperatie om de achterstanden in te lopen, kiezen scholen veelal voor programma’s die leerlingen blijer moeten maken, bij uitstek een doel dat amper meetbaar is. Is dat erg? Juist niet, vindt onderwijsminister Slob.

Een heel schooljaar. Dat is de vertraging die leerlingen van de onderbouw van het vmbo gemiddeld hebben opgelopen bij Nederlandse leesvaardigheid tijdens de schoolsluiting. Bij rekenen gaat het om zestien schoolweken. Bij de onderbouw van het vwo is die vertraging aanmerkelijk minder: gemiddeld negen weken bij leesvaardigheid en vijf weken bij rekenen. Op basisscholen hebben de resultaten van de leerlingen ook flink te lijden gehad onder de schoolsluiting. Op het vlak van rekenen gaat het om een vertraging van gemiddeld tien weken met rekenen en zeven schoolweken met begrijpend lezen.

Netflix-effect

Het gaat om gemiddelden, waarbij geldt: hoe lager het opleidingsniveau van de ouders, hoe groter de vertraging bij leerlingen. Ook scholieren uit gezinnen met lage inkomens, met maar één ouder en bij grote gezinnen is naar verhouding meer vertraging.

Opvallend is dat middelbare scholieren tijdens de coronaperiode wel meer vooruit zijn gegaan met Engelse woordenschat. Leraren verklaren dat uit de extra Engelstalige series die tijdens de lockdown zijn gekeken, zeg maar het ’Netflix-effect’.

Het blijkt uit een analyse van toetsresultaten en gesprekken met schoolleiders. Zij maken zich zorgen over de ontwikkeling van hun leerlingen, over hun vermogens om te kunnen leren, zoals hun motivatie en het kunnen plannen. Bovenal zijn schoolleiders bezorgd om het welbevinden van hun leerlingen, vooral bij hen met een ’kwetsbare thuissituatie’, bij wie thuis een andere taal dan Nederlands wordt gesproken of die thuis minder worden gestimuleerd.

’Heftige tegenvallers’

Sinds het begin van de coronapandemie half maart 2020 zijn lagere scholen dertien weken dicht geweest, waarvan vier gedeeltelijk. Middelbare scholen waren 19 weken gesloten en nog eens 19 weken gedeeltelijk. De vertragingen die dat tot gevolg heeft gehad, zijn nu voor ’t eerst in schoolweken uitgedrukt. „Het zijn heftige tegenvallers”, zegt minister Arie Slob (Onderwijs), die voor de komende 2,5 jaar jaar in totaal 8,5 miljard euro heeft gereserveerd in het Nationaal Programma Onderwijs om de vertragingen in te lopen. „Gelukkig staan de weken vertraging niet gelijk aan de weken die nodig zijn om ze weer in te lopen.”

Scholen kregen van het ministerie een ’menukaart’ aangeboden met potentiële programma’s om leerlingen bij te spijkeren, bijvoorbeeld met extra onderwijsassistenten en instructeurs voor werken in kleine groepen en persoonlijke lessen. In het voortgezet onderwijs kiezen scholen vooral voor programma’s die zijn gericht op het welbevinden van leerlingen, zoals depressiepreventie door het Trimbos, extra sport of psychologische ondersteuning. Over de effectiviteit van alle programma’s waarvoor scholen plannen hebben gemaakt, verwacht het ministerie pas komend voorjaar iets te kunnen zeggen.

Dat de aanpak ook voor een groot deel is gericht op het mentale welzijn van leerlingen, is typisch Nederlands en ’heel waardevol’, zegt Slob trots. „In de meeste andere landen zijn de programma’s vooral gericht op kennis. Maar kinderen hebben er ook een leven omheen dat maakt dat ze kúnnen leren.”

Vertrouwen

Of de focus op welbevinden in plaats van kennis geen probleem oplevert in de manier waarop scholen hun uitgaven verantwoorden? Slob denkt van niet. De Algemene Rekenkamer waarschuwde in mei voor het risico dat er miljarden worden uitgegeven aan het wegwerken van onderwijsachterstanden zonder te weten of die investering het gewenste effect heeft. „Een bijzondere waarschuwing”, vindt Slob.

Volgens de CU-bewindsman is scholen bewust niet ’de allerhoogste verantwoordingslast opgelegd’. „En het klopt dat verbetering van sociaal welbevinden minder meetbaar is. Het is ook niet zo dat het Nationaal Programma Onderwijs pas geslaagd is als alles is weggewerkt. Ik heb vertrouwen in de onderwijsprofessionals. Dat is in de coronaperiode niet beschaamd.”

Ander risico is het personeelstekort. Onderwijsdeskundigen waarschuwen voor de inhuur van commerciële huiswerkbureaus die waardevolle leraren wegkapen bij scholen. „Hier zijn geen aanwijzingen voor”, zegt Slob. „En vergeet niet: de inhuur van een instructeur sport of cultuur ontlast juist leraren. Soms schakelen scholen huiswerkbegeleiding in, maar het is niet zo dat leraren opeens allemaal zzp’er worden als huiswerkbegeleider.”