Nieuws/Buitenland
1905361756
Buitenland

Twee baby orang-oetans gered uit handen van smokkelaars

JAKARTA - Twee baby orang-oetans zijn op het Indonesische eiland Sumatra gered uit de handen van smokkelaars. De dieren waren onderweg naar Java om daar verhandeld te worden, meldt de deels Nederlandse Stichting Jakarta Animal Aid Network (JAAN).

De orang-oetans zijn ongeveer een jaar oud en hebben de namen Siti en Sudin gekregen. Volgens JAAN is de kans groot dat de moeder van de dieren is gedood, zodat de baby’s kunnen worden verhandeld.

Orang-oetans blijven ongeveer tot hun achtste bij hun moeder. De twee baby’s zijn overgebracht naar het wildlife center van JAAN waar ze worden verzorgd en medische hulp krijgen.

In krat onder dozen bananen

De apen zaten achterin een bus in een krat, verstopt onder dozen met bananen. De chauffeur van de bus werd direct opgepakt en de smokkelaar kon ook worden aangehouden.

De twee orang-oetans worden verzorgt in het Sumatra Wildlife Center, mede tot stand gekomen dankzij steun van Telegraaflezers. Een puzzelactie van deze krant bracht vier jaar geleden ruim 100.000 euro bijeen voor de dierenopvang. Met het geld werd de opvanglocatie op Zuid-Sumatra gebouwd, bij het plaatsje Kalianda. Uit de smokkel geredde aapjes, vogels, beren en zelfs krokodillen vinden er een tijdelijk onderkomen.

Lees hieronder een reportage die De Telegraaf in 2020 over de opvang maakte:

In Indonesië wordt het leefgebied van orang-oetans en veel andere dieren verwoest om palmolieplantages te maken. Door ruimtegebrek zijn orang-oetans vaak te vinden in die plantages waar ze palmbladeren opeten. Plantagemedewerkers schieten de apen dood, omdat ze overlast veroorzaken.