Nieuws

Bovenooglidcorrectie weer in basispakket maar:

’Feitelijk verandert er niets’

Verzekeraar moet zich aan de eisen houden.

Verzekeraar moet zich aan de eisen houden.

foto 123RF

Amsterdam - Een aantal cosmetische ingrepen, zoals de ooglidcorrectie, wordt vanaf 1 januari 2017 weer vergoed via het basispakket. Wie denkt dat zijn vermoeide oogopslag eindelijk kan worden aangepakt, komt echter bedrogen uit. „Feitelijk verandert er helemaal niets.”

Verzekeraar moet zich aan de eisen houden.

Verzekeraar moet zich aan de eisen houden.

foto 123RF

Dat stelt plastisch chirurg Michel Cromheecke, lid van de kwaliteitscommissie van de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie. Hij hekelt verhalen als ’de vergoeding voor de bovenooglidcorrectie is terug van weggeweest’: „De ingreep wordt alleen via het basispakket vergoed als dankzij de operatie een ernstige zichtsbeperking wordt opgelost. Die moet dan worden veroorzaakt door een (gedeeltelijke) verlamming van het hefspiertje. Dat hefspiertje werkt als een elastiek. In sommige gevallen is dat zo uitgerekt dat mensen met hun hoofd achterover moeten lopen om nog iets te kunnen zien. Er zijn heel weinig mensen die aan dit criterium voldoen.”

Wie geen recht heeft op een vergoeding vanuit de basisverzekering, zou in sommige gevallen wel aanspraak kunnen maken op een (gedeeltelijke) vergoeding uit de aanvullende verzekering. Dit behoort vaak alleen tot de mogelijkheden bij de duurdere aanvullende verzekeringen. De vergoedingen variëren van 500 euro tot het volledige bedrag.

Cromheecke: „Wie hiervoor in aanmerking wil komen, dient wederom te voldoen aan drie strenge criteria: de huid moet geheel of gedeelijk op het ooglid rusten, de ooglidrand moet de pupil raken of de pupil gedeeltelijk bedekken en er moet sprake zijn van een ernstige gezichtsveldbeperking. Dit is vaak alleen zo als het hefspiertje niet meer goed werkt. Kortom: in de meeste gevallen wordt de bovenooglidcorrectie niet vergoed.”

Wel is hij blij met de heldere criteria die de zorgverzekeraars hebben neergelegd: „Hoe duidelijker de criteria, hoe makkelijker die zijn te volgen.” Hij vindt het dan ook ’onhandig’ dat zorgverzekeraars in sommige gevallen toch overstag gaan: „Plastisch chirurgen moeten toestemming vragen aan de zorgverzekeraar om de ingreep uit te voeren. Daarbij worden foto’s van de patiënt meegestuurd. In sommige gevallen krijgen we dan toch groen licht terwlij patiënten niet aan de criteria voldoen. Heel verwarrend: door af en toe toch ja te zeggen ondermijnen ze hun eigen strenge criteria.”

Cosmetisch artsen lopen ook tegen de strenge criteria aan die zorgverzekeraars hanteren. „De cosmetisch arts onderscheidt zich voornamelijk van de plastisch chirurg doordat zij gespecialiseerd zijn in de kleinere cosmetische ingrepen met een lager medisch risico. Te denken valt aan Botox, filler- en laserbehandelingen en het chirurgisch verwijderen van goedaardige huidafwijkingen”, legt Catharina Meijer, voorzitter van de Nederlandse Vereniging Cosmetische Geneeskunde (NVCG), uit.

„In de praktijk komen we veel indicaties tegen die naar onze mening ten onrechte vrijwel nooit voor vergoeding in aanmerking komen, zoals acne-littekens of littekens in algemene zin, ernstige asymmetrie door zenuwuitval in het gezicht, na een ernstig ongeval, of aangeboren afwijkingen.”

Een enkele keer wordt het wel vergoed. Cromheecke: „Het blijft een grijs gebied. Een littekencorrectie kan worden vergoed als het ernstig jeukt of als er sprake is van een ernstige verminking. Maar wat is een ernstige verminking? Dat kan ook een kras op de wang zijn. Of een onregelmatige huid veroorzaakt door acne.”

Dat gaat ook op voor ernstige hoofdpijn. Dat kan worden verholpen met Botox. „Over botox wordt nog steeds lacherig gedaan. Maar het is veilig, effectief en het kan heel goed tegen hoofdpijn helpen. We zouden best willen dat botox om die reden in het basispakket komt. Maar dan komen weer mensen die zeggen dat ze hoofdpijn hebben terwijl het ze gaat om een uiterlijke verfraaiing.”

Beiden pleiten dan ook voor of heel heldere criteria waaraan de verzekeraar zich houdt. „Dat werkt beter voor de specialist en de patiënt, omdat het dan in ieder geval duidelijk is.”

Ook handig: de terugkomst van de medisch adviseur van de verzekeraar zoals vroeger. „Werd er getwijfeld, dan ging de patiënt naar het spreekuur van de medisch adviseur van de zorgverzekeraar. Die besliste of de patiënt al dan niet voor vergoeding in aanmerking kwam. Dat is niet meer mogelijk. Nu wordt beslist op basis van informatie op papier.”

Zorgverzekeraars Nederland laat weten dat de digitalisering een van de redenen is van het afschaffen van de medisch adviseur. „Daarnaast zijn de eisen nu zo helder, dat het niet meer nodig is dat de patiënt nog een keer door een medisch adviseur hoeft te worden gezien.”