1922053
Binnenland

Maatregelen Jeugdwet: hulpjongeren krijgen mentor

Den Haag - In een poging om de jeugdzorg te verbeteren neemt het kabinet een aantal nieuwe maatregelen. Zo krijgen alle jongeren die uit huis worden geplaatst een eigen mentor en wordt de pleegzorg standaard verlengd van 18 naar 21 jaar.

Het kabinet neemt de nieuwe maatregelen na een zorgwekkende evaluatie van de nieuwe Jeugdwet. Er is 108 miljoen euro voor beschikbaar.

Het idee voor een mentor voor alle uit huis geplaatste kinderen komt uit Zweden en Engeland waar dat al gedaan wordt. Zo’n mentor is volgens ministers De Jonge (Volksgezondheid) en Dekker (Rechtsbescherming) een professional, maar bij voorkeur iemand uit het sociale netwerk van het kind of een ervaringsdeskundige.

Traumatisch

De twee ministers zetten in hun nieuwe actieplan een streep door separatieruimten voor kinderen in jeugdzorginstellingen. Zulke speciale kamers, waar ze tijdelijk afgesloten worden van hulp kunnen te traumatisch zijn, stellen zij. De separatieruimten moeten dan ook stapsgewijs worden uitgebannen. De helft moet binnen een jaar dicht, uiteindelijk moeten het er nul worden.

In het plan wordt ook gesleuteld aan de pleegzorg. Nu hebben jongeren daar na hun achttiende geen recht meer op. Dat wordt verlengd naar 21 jaar, zo nodig zelfs naar 23 jaar. Zowel de ouders als het pleegkind moeten daar dan wel toestemming voor geven. Het kabinet onderzoekt of de wet daarvoor moet worden aangepast.

Hapering

De nieuwe Jeugdwet is is in 2015 van kracht geworden. Gemeenten werden toen verantwoordelijk voor de jeugdzorg. Het moest het systeem simpeler, efficiënter en effectiever maken.

Uit een evaluatie bleek echter dat de nieuwe regels voor de jeugdzorg, op zijn zachts gezegd, nog wel wat verbetering kunnen gebruiken. Het is vooral de samenwerking tussen alle partijen die erbij betrokken zijn die hapert. De jongeren zijn daarvan de dupe.

De waslijst aan verbeterpunten is lang. Ouders, zo valt in de begin dit jaar gepubliceerde evaluatie te lezen, vinden maar moeilijk de weg naar zorg. Ze ergeren zich er bovendien vaak aan dat hulpverleners zo vaak wisselen.

Slordig

Er blijken ook grote verschillen te zitten tussen de kwaliteit van zorg in verschillende gemeenten. De ene doet het een stuk beter dan de andere. Gemeenten blijken bovendien slordig te zijn in het papierwerk dat naar de rechter moet. Rechters stellen daarnaast dat lang niet alle gemeenten bepaalde hulpvormen hebben ingekocht.

Instellingen die jeugdzorg bieden worden op hun beurt tureluurs van de verschillende regeltjes die de verschillende gemeenten hanteren. En gemeenten en ouders lopen bij de zorgaanbieders nog te vaak tegen lange wachtlijsten aan, terwijl het kind om hulp staat te springen.