Nieuws/Buitenland

OPCW-missie mag Douma nog niet in

DAMASCUS - De missie van de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OPCW) krijgt nog geen toegang tot het gebied in de Syrische stad Douma waar een aanval met chemische wapens zou hebben plaatsgevonden.

Dat zegt de Britse ambassadeur in Den Haag, die zijn land ook bij de OPCW vertegenwoordigt. „Vrije toegang is essentieel”, stelt hij. „Rusland en Syrië moeten meewerken.”

De Russische onderminister van Buitenlandse Zaken ontkende in eerste instantie dat de inspecteurs zijn tegengehouden. Maar Rusland zei later dat de missie is vertraagd door de raketaanvallen van de Amerikanen, Britten en Fransen van zaterdag. De Russische OPCW-delegatie benadrukte dat Rusland niet van plan is het werk van de onderzoekers te hinderen.

Rusland en Syrië beweren dat de inspecteurs niet veilig naar Douma kunnen reizen, zei de Britse ambassadeur Pete Wilson. Dat slaat volgens hem nergens op, omdat de VN het wel veilig zouden vinden. Bovendien waren de westerse luchtaanvallen niet gericht op Douma en omstreken. Douma ligt maar een paar kilometer van de Syrische hoofdstad Damascus, waar de inspecteurs nu verblijven.

Het Syrische regime heeft de inspecteurs 22 getuigen aangeboden die de OPCW in Damascus over de gebeurtenissen in Douma zou kunnen bevragen, zei Wilson. De Syrische noch de Russische regering heeft gezegd wanneer het OPCW-team alsnog naar Douma zou kunnen afreizen.

Schuldvraag

Het Verenigd Koninkrijk wil proberen de OPCW te laten vaststellen wie schuldig is aan de gifgasaanval die de Britten bewezen achten. De OPCW onderzoekt in principe alleen wat er is gebeurd, niet wie daarin de hand had. Maar nu Rusland belet dat de VN de schuldvraag beantwoorden, willen de Britten daarmee de OPCW belasten.

Bekijk meer van