Nieuws/Binnenland

CBS: bijna 90 procent na 2,5 jaar nog zonder baan

Statushouder werkloos

De Syriër Ghait bewijst dat het wél kan. Hij is na anderhalf jaar in Amstelveen toe aan zijn derde werkplek. Na een stage en een baantje bij een Italiaan is hij nu aan de slag in The Roast Room bij de Amsterdam RAI.

De Syriër Ghait bewijst dat het wél kan. Hij is na anderhalf jaar in Amstelveen toe aan zijn derde werkplek. Na een stage en een baantje bij een Italiaan is hij nu aan de slag in The Roast Room bij de Amsterdam RAI.

RONALD BAKKER

Amsterdam - Statushouders hebben nauwelijks werk. Van de groep die in 2014 een vergunning kreeg, zat bijna 90 procent na 2,5 jaar nog steeds werkloos thuis. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De Syriër Ghait bewijst dat het wél kan. Hij is na anderhalf jaar in Amstelveen toe aan zijn derde werkplek. Na een stage en een baantje bij een Italiaan is hij nu aan de slag in The Roast Room bij de Amsterdam RAI.

De Syriër Ghait bewijst dat het wél kan. Hij is na anderhalf jaar in Amstelveen toe aan zijn derde werkplek. Na een stage en een baantje bij een Italiaan is hij nu aan de slag in The Roast Room bij de Amsterdam RAI.

RONALD BAKKER

Van de groep die wél werkt, doet het overgrote deel dat in deeltijd. Slechts 11 procent van de werkende statushouders had na anderhalf jaar een fulltimebaan. Na 2,5 jaar was dit percentage licht gestegen naar 15 procent, laat het CBS weten na vragen van De Telegraaf.

Voor sommige statushouders is er geen financiële prikkel om aan de slag te gaan. Velen hebben geen fatsoenlijke opleiding, schetst wiskundige en immigratie-onderzoeker Jan van de Beek. „Wie ongeschoold werk gaat doen, gaat er nauwelijks op vooruit ten opzichte van een uitkering. Ik denk dat daar voor een deel het probleem zit. En verder is het natuurlijk gewoon heel lastig om in een totaal ander land werk te vinden en te houden.”

Vluchtelingenwerk Nederland vindt bovendien dat statushouders niet zomaar elke baan hoeven aan te nemen, ook al staan ze in de kassen te springen om werknemers. „De kans dat je daar Pools leert, is groter dan dat je Nederlands erop vooruitgaat, dus dat draagt ook niet per se bij aan integratie”, stelt woordvoerder Martijn van der Linden.

Voor de statushouders die wel aan de slag willen, kan het vinden van een reguliere fulltimebaan lastig zijn. Er geldt een inburgeringsverplichting. En taallessen zijn vaak op werkdagen in de ochtend, signaleerde onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam eerder. Daar is ondanks kritiek van onder meer de SER nog niet veel aan veranderd, ziet Willeke Colenbrander, die in De Bilt relatief succesvol statushouders naar een baan begeleidt. „Alleen in de grote steden wordt ’s avonds en in het weekend taalles gegeven. Maar werkgevers staan niet meteen te springen om iemand die maar twee dagen fulltime beschikbaar is.”

Diploma’s

De taalscholen leiden bovendien te laag op, ziet zij. „De inburgeringseis is taalniveau A2, maar daarmee red je het niet op de arbeidsmarkt. Een niveau hoger is echt noodzakelijk.” Colenbrander zegt dat de in het moederland genoten opleiding en opgedane werkervaring vaak niet matchen met wat in Nederland gevraagd wordt. „Diploma’s worden vaak niet erkend.”

Wie aan het werk gaat, wordt in het begin vaak gekort op de uitkering. Dat gaat gepaard met zo veel bureaucratie, dat statushouders ontmoedigd raken, stelt Colenbrander. „Ze krijgen dan een brief waarin wordt gedreigd met boetes, daar schieten mensen totaal van in de stress. Maar als je uitlegt dat het een korting is omdat ze door het inkomen minder bijstand nodig hebben, begrijpen ze het wel.”

Op den duur zal het aantal statushouders dat werk vindt, stijgen. In tien jaar loopt het op naar zo’n veertig procent, verwacht Van de Beek. Hij analyseerde daarvoor de cijfers van asielmigranten die tussen 1999 en 2005 naar Nederland kwamen.

De gemeente Amstelveen bewijst dat het heel goed mogelijk is om statushouders aan het werk te helpen: twee derde van de 63 mensen die in 2016 aan een traject begonnen, is aan de slag, vertelt wethouder Maaike Veeningen. Het recept: naast inburgering extra taalles die gericht is op het werk, in combinatie met stages en werkplekken die passen bij het niveau van de nieuwkomers. Wie niet mee wil doen, kan korting op de bijstand verwachten.

Bekijk meer van