Nieuws/Buitenland
1934684764
Buitenland

Duitse Justitie: SS’er en kampbewaker (93) medeplichtig aan massamoord

Voormalig kampbewaker Bruno Dey voor zijn rechtszaak in Hamburg.

Voormalig kampbewaker Bruno Dey voor zijn rechtszaak in Hamburg.

HAMBURG - De Duitse justitie eist drie jaar gevangenisstraf tegen de oud-SS’er en concentratiekampbewaker Bruno Dey. De hoogbejaarde zou als 17-jarige in 1944 en 1945 medeplichtig zijn geweest aan de dood van 5230 gevangenen van het kamp Stutthof, bij Gdansk. Zijn proces is mogelijk een van de laatste tegen nazimisdadigers.

Voormalig kampbewaker Bruno Dey voor zijn rechtszaak in Hamburg.

Voormalig kampbewaker Bruno Dey voor zijn rechtszaak in Hamburg.

Dey zou hebben meegewerkt aan „een door de staat georganiseerde slachting”, stelde de aanklager in de rechtbank in Hamburg. Van de genoemde gevangenen zouden er 5000 zijn gestorven door de erbarmelijke omstandigheden in het kamp. Daarnaast zouden er tweehonderd zijn vergast en zouden dertig slachtoffers met een nekschot om het leven zijn gebracht.

„Er bestaat geen twijfel”, zei officier van justitie Lars Mahnke over de schuld van de verdachte. Dey zou „opzettelijk hebben gehandeld.” Dey, tijdens de Tweede Wereldoorlog lid van een SS-doodskopeenheid en inmiddels een gepensioneerde bakker in een rolstoel, ontkent niet dat hij kampbewaker was maar beweert dat hij daartoe werd gedwongen. „Ik voel me niet schuldig over wat er destijds is gebeurd”, zei Dey op 20 mei tijdens een hoorzitting. „Ik heb er niets aan bijgedragen behalve als bewaker.”

Stutthof

Ongeveer 115.000 gedeporteerden werden in Stutthof opgesloten, van wie volgens de gegevens van de Israëlische herdenkingsinstelling Yad Vashem 65.000 werden vermoord. Vanaf 1944, toen het een vernietigingskamp werd, waren de meeste gevangen er Joden, voornamelijk vrouwen uit de Baltische landen en Polen die vanuit andere kampen, waaronder Auschwitz, waren overgebracht.

Het kamp was zo ontworpen dat „niemand eruit kon komen”, aldus de aanklager. De officier vindt dat Dey’s daden een essentieel onderdeel vormden van de nazimisdaden tegen de Joden. De rechter doet uitspraak op 23 juli.