1936822
Binnenland

Zedenzaak Cheider-school

’Belastende verklaringen kinderen door beïnvloeding ouders’

AMSTERDAM - Leraar Ephraïm S. lag niet lekker bij een deel van de ouders op de orthodox-joodse school Cheider in Amsterdam omdat hij homoseksueel was. Dat kan er mede de reden van zijn geweest dat hij in opspraak raakte en geruchten over seksueel misbruik van kinderen op de school, tot waarheid werden gebombardeerd.

Dat zeiden de advocaten Geert-Jan en Carry Knoops en Joske de Koning vanmorgen tijdens de vierde dag van het proces tegen de 30-jarige ex-docent. Gisteren eiste het Openbaar Ministerie een gevangenisstraf van vijf jaar en een beroepsverbod van vijf jaar tegen S. wegens misbruik van vier kinderen. De eis is volgens het verdedigingsteam gebaseerd op incompleet en onzorgvuldig onderzoek, en boterzacht bewijs.

De belastende verklaringen die de kinderen aflegden kwamen tot stand door beïnvloeding van de ouders, onderlinge gesprekken van de leerlingen, en suggestieve vragen van de politieverhoorders, aldus Geert-Jan Knoops. Daarnaast speelden ,,subculturele normen binnen de joodse cultuur” een belangrijke rol volgens de advocaat. Dat blijkt onder meer uit een opmerking van een vader over de strakke broeken die Ephraïm S. altijd droeg. ,,In deze zaak hebben zich fenomenen gemanifesteerd waardoor zonder objectief bewijs een man nu al jaren wordt verdacht, en van zijn vrijheid dreigt te worden beroofd.”

In het pleidooi somde de verdediging talloze voorbeelden op van beïnvloeding van de kinderen door hun ouders, die niet konden geloven dat er niets aan de hand was geweest. Ondanks het feit dat hun kinderen lang bleven ontkennen. Het OM verzuimde de kinderen te laten testen op gevoeligheid en kwetsbaarheid voor suggestie. ,,Een gemiste kans, die exemplarisch is voor het hele onderzoek”, aldus de verdediging.

Advocaat Knoops zegt dat kinderen meer dan volwassenen geneigd zijn om informatie die ze aangereikt wordt door volwassenen, als waar te zien, en die info te verwerken in de eigen herinnering.” Hij bestrijdt de conclusie van het OM ,,dat er in hoofdlijnen sprake is van betrouwbare verklaringen.”