Nieuws/Binnenland
1963431363
Binnenland

Politie in de knel door slechte organisatie

Foto ter illustratie.

Foto ter illustratie.

Den Haag - De korpsleiding van de politie heeft geen goed beeld van de beschikbaarheid van de eigen mensen. Juist in de organisatie waar steen en been wordt geklaagd over personeelstekort is slecht zicht op inzetbaarheid van eigen personeel.

Foto ter illustratie.

Foto ter illustratie.

Dat blijkt het een rapport van de Algemene Rekenkamer. „Daardoor komt de politie in bepaalde gebieden in de knel bij het uitvoeren van de vele politietaken.” Er is geen eenduidig zicht op ’wie aanwezig en in staat is om taken uit te voeren’, concludeert de Rekenkamer. Het beeld van de landelijke politietop komt niet overeen met de lokale werkelijkheid, zien de onderzoekers.

De Rekenkamer analyseerde voor het onderzoek naar de inzetbaarheid van de politie de landelijke politiegegevens van een jaar (half juli 2018 – half juli 2019). Daaruit blijkt dat politiemensen gemiddeld genomen 71,4 procent van hun tijd inzetbaar zijn. „De rest van de tijd kunnen ze niet worden ingezet vanwege verlof, ziekteverzuim en het volgen van opleidingen.”

Agenten overvraagd

Lang niet alle in theorie beschikbare politiemensen zijn ook daadwerkelijk beschikbaar, merken onderzoekers op. „Het gevolg hiervan is dat er een vicieuze cirkel kan ontstaan, waarbij een kleine groep medewerkers wordt overvraagd. Daardoor staan wezenlijke politietaken als het bieden van noodhulp, handhaving van de openbare orde, inzet van de wijkagent en de openstelling en bemensing van het politiebureau onder druk.”

De landelijke politietop heeft totaal geen zicht op die problemen, constateert de Rekenkamer. De gegevens worden namelijk helemaal niet centraal bijgehouden. „De dagelijkse werkelijkheid hierachter is alleen bekend bij basisteams.”

Centraliseren

De Rekenkamer roept de politietop en het ministerie van Justitie en Veiligheid op om zo snel mogelijk centraal informatie over de eigen organisatie bij te houden, omdat anders nooit ’de juiste politieman of -vrouw op de juiste plek kan zijn’. „Dat voorkomt dat de afzonderlijke niveaus van de politie op basis van verschillende informatie ’langs elkaar heen praten’ als het gaat over de inzet van het personeel.”

Vanuit het politiekorps klinkt regelmatig de roep om meer personeel. Uit het rekenkamerrapport blijkt dat de top zelf niet eens weet wie er wanneer beschikbaar is.

De korpsleiding vindt net als de Algemene Rekenkamer dat de druk op de politiemensen al langere tijd te groot is, blijkt uit een reactie. „Maar de politie is het niet eens met de conclusie van de Algemene Rekenkamer dat de korpsleiding een incompleet beeld zou hebben van de politiesterkte.”