Nieuws/Binnenland
1965276252
Binnenland

Halsema biedt namens stadsbestuur excuses aan voor slavernijverleden

Burgemeester Femke Halsema donderdag tijdens de landelijke herdenking in het Oosterpark van het slavernijverleden.

Burgemeester Femke Halsema donderdag tijdens de landelijke herdenking in het Oosterpark van het slavernijverleden.

AMSTERDAM - Burgemeester Femke Halsema van Amsterdam heeft donderdag namens het college van B en W excuses uitgebracht voor de ’actieve betrokkenheid van het Amsterdamse stadsbestuur bij het commerciële systeem van koloniale slavernij en de wereldwijde handel in tot slaafgemaakten’. Halsema sprak die woorden in het Oosterpark, waar Keti Koti (afschaffing van de slavernij) wordt herdacht en gevierd.

Burgemeester Femke Halsema donderdag tijdens de landelijke herdenking in het Oosterpark van het slavernijverleden.

Burgemeester Femke Halsema donderdag tijdens de landelijke herdenking in het Oosterpark van het slavernijverleden.

Al jarenlang wordt in Amsterdam gesproken over het aanbieden van excuses over het slavernijverleden, waarvoor de afgelopen jaren meer aandacht is gekomen door activisten, wetenschappers, kunstenaars, in musea en in voorstellingen. Ook is er een plan voor een Nationaal Slavernijmuseum.

’Onvoorwaardelijke erkenning’

„Dat werk is niet af, maar het is nu tijd voor het stadsbestuur om conclusies te trekken. Het is tijd om het grote onrecht van de koloniale slavernij te metselen in de identiteit van onze stad. Met een ruimhartige en onvoorwaardelijke erkenning. Omdat wij een overheid willen zijn van diegenen bij wie het verleden pijn doet en de doorwerking van dat verleden een last is”, aldus Halsema.

De burgemeester van de hoofdstad benadrukte dat „geen enkele nu levende Amsterdammer schuld heeft aan het verleden.” Halsema: „Maar als bestuur nemen wij wel onze verantwoordelijkheid hiervoor. Dit stadsbestuur staat in een ononderbroken lijn met het bestuur van haar voorgangers. Ook met die regenten en burgemeesters, wier handelen wij verafschuwen.”

’Uiteen gereten’

Halsema verwees onder andere naar notariële akten van rijke Amsterdammers en bestuurders en kooplieden uit de achttiende eeuw. Ze zei dat tussen 1500 en 1880 miljoenen mensen ’ten prooi’ vielen aan de trans-Atlantische slavenhandel. „Zij werden uit hun huizen gesleurd, families werden uiteen gereten, hun vrijheid werd vermorzeld. Mensen werden beroofd van hun familienamen, van hun geschiedenis, hun identiteit. Zij werden vernederd, geslagen, vermoord.”

Volgens Halsema was de toenmalige provincie Holland een grote speler in de handel en uitbuiting van slaven.

Het is 158 jaar geleden dat Nederland bij wet de slavernij heeft afgeschaft in Suriname en het Caribisch deel van het Koninkrijk.

Het is 158 jaar geleden dat Nederland bij wet de slavernij heeft afgeschaft in Suriname en het Caribisch deel van het Koninkrijk.

’Ondeelbaar met racisme’

„Grachtenhuizen werden rijk versierd, in de gevels werd het trotse bezit van bestuurders en kooplieden gemetseld, op portretten, schuttersstukken en stadsgezichten werd de macht geëtaleerd. Deze geschiedenis heeft een erfenis achtergelaten in onze stad. Groots en zichtbaar in de historische grachtengordel en de rijkdom van kunst. Veel minder zichtbaar - en lange tijd genegeerd - in de uitbuiting toen en de ongelijkheid van nu.”

Halsema legde ook een koppeling met het heden. Ze zei dat het verleden van Amsterdam en de ook nu nog onmiskenbare handelsgeest „ondeelbaar is met het hardnekkige en nog altijd woekerende racisme.”

Herdenkingsjaar

De excuses van Halsema kwamen niet als een verrassing. Al eerder werd de wens door een groot deel van de gemeenteraad uitgesproken om excuses namens het stadsbestuur uit te brengen. Ook in andere gemeenten wordt die discussie nog gevoerd, evenals in de Tweede Kamer. Een adviescommissie oordeelde donderdag dat ook het kabinet slavernij als misdaad tegen de menselijkheid moet bestempelen en daarvoor excuses moet maken. Vorig jaar wilde demissionair premier Mark Rutte niets weten van excuses, omdat dit volgens hem het maatschappelijk debat niet helpt maar eerder zou leiden tot polarisatie. Wel wil hij een herdenkingsjaar over slavernij in 2023.

’Onder ogen zien’

Demissionair minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Kajsa Ollongren sprak donderdag ook tijdens de herdenking namens het kabinet. „We kunnen alleen met afschuw, berouw en schaamte naar het slavernijverleden kijken”, zei ze. „Het is geen teken van zwakte om ons hiervan rekenschap te geven. Door ons verleden onder ogen te zien kunnen we onze toekomst veranderen. Dat is geen luxe, maar noodzaak.” Ollongren kondigde aan dat het kabinet naar het advies dat zij donderdag ontving zal kijken. „Deze zijn belangwekkend en niet mis te verstaan”, zei Ollongren. Excuses volgden nog niet. Wel riep ze alvast op tot dialoog. „Er is moed nodig om het gesprek met elkaar aan te gaan. Dat is waar het uiteindelijk om draait. We moeten leren om door de ogen van een ander te kijken.”

Onder de coalitiepartijen waren D66 en ChristenUnie in de Tweede Kamer eerder al wel voorstander van snelle excuses, maar CDA en VVD zagen het niet zitten. In de Tweede Kamer klonk ook een roep om Keti Koti uit te roepen tot nationale feestdag. D66 komt met een motie daartoe.