Nieuws/Binnenland

Commandant breekt lans voor Nederlandse makelij

Marine wil ’eigen’ boten

Vice-admiraal Rob Kramer tijdens de ceremoniele overdracht van het commando Zeestrijdkrachten, alsmede de functie van Admiraal Benelux op Marinebasis Den Helder.

Vice-admiraal Rob Kramer tijdens de ceremoniele overdracht van het commando Zeestrijdkrachten, alsmede de functie van Admiraal Benelux op Marinebasis Den Helder.

ANP

Den Helder - De nieuwe fregatten voor de Koninklijke Marine moeten van Nederlandse makelij zijn. Daarvoor pleit admiraal Rob Kramer, commandant van de zeestrijdkrachten.

Vice-admiraal Rob Kramer tijdens de ceremoniele overdracht van het commando Zeestrijdkrachten, alsmede de functie van Admiraal Benelux op Marinebasis Den Helder.

Vice-admiraal Rob Kramer tijdens de ceremoniele overdracht van het commando Zeestrijdkrachten, alsmede de functie van Admiraal Benelux op Marinebasis Den Helder.

ANP

Nederland vervangt vanaf 2024 zijn twee zogeheten multipurposefregatten, de werkpaarden van de marine. Het is een project waarmee zo’n 2,5 miljard euro gemoeid is. Ons land trekt daarbij op met België. „Maar Nederland leidt het project”, zegt Kramer. „Ik ga ervan uit dat we dit in Nederland zullen aanbesteden.”

Dat betekent dat het Nederlandse Damen de schepen gaat bouwen, de radarsystemen van Thales komen en instituten als Marin en TNO bij de ontwikkeling betrokken zijn.

Streepje voor

De baas van de zeemacht wijst erop dat het kabinet zich heeft voorgenomen om de nationale industrie meer te beschermen door gebruik te maken van uitzonderingsgronden voor de Europese aanbestedingsregels. Bedrijven van strategisch belang, zoals in de defensie-industrie, hebben daarbij een streepje voor. „De marine is als eerste klant bij innovaties altijd essentieel geweest voor de Nederlandse maritieme sector”, zegt Kramer. „En dat blijven we. Dat is cruciaal voor het voortbestaan van de Nederlandse militair-maritieme industrie.”

„Ook het nieuwe bevoorradingsschip voor de marine wordt binnenlands aanbesteed”, zegt Kramer. Behalve dat het onze industrie een kontje geeft, kan de marine ook sneller beschikken over het schip. „Eind 2022 ligt het hier in de haven.”

De uitspraken van Kramer zijn opmerkelijk in het licht van de waarschuwing die Nederland begin dit jaar kreeg van de Europese Commissie. Bij de aankoop van defensiematerieel van buitenlandse bedrijven zou Nederland te veel tegenorders eisen. Sindsdien loert de Nederlandse defensie-industrie enigszins nerveus naar de aankoopplannen van Defensie.

De onrust die er vooral bij nautische toeleveranciers van eigen bodem was, spitste zich toe op de nieuwe fregatten en onderzeeboten. Nadat de baas van de Defensie Materieel Organisatie een foto twitterde van een bezoek aan Duitse collega’s gingen geruchten over het uitruilen van orders waar Nederlandse bedrijven de dupe van zouden worden. De marine staat aan de vooravond van een grootschalige vernieuwing.

Mijnenjagers

Behalve de M-fregatten worden ook de zes mijnenjagers vervangen door deels onbemande systemen en komen er nieuwe raketten, torpedo’s en kanonnen. De vier luchtverdedigings- en commandofregatten krijgen een grondige opknapbeurt. In totaal gaat het om een investering die de 6,7 miljard euro beloopt, nog buiten de vervanging van de onderzeeboten, waarvoor 2,5 miljard euro is gereserveerd. Staatssecretaris Visser (Defensie) gaf hiervoor donderdag het startschot met de aankondiging van het project per brief aan de Tweede Kamer.

Bekijk meer van