Nieuws/Binnenland
201614323
Binnenland

Rapport Inspectie van het Onderwijs:

Kloof tussen ’goede en slechte’ leerlingen toegenomen door coronacrisis

De coronacrisis heeft het onderwijs keihard geraakt, zo blijkt uit een rapport van de Inspectie van het Onderwijs.

De coronacrisis heeft het onderwijs keihard geraakt, zo blijkt uit een rapport van de Inspectie van het Onderwijs.

AMSTERDAM - De coronacrisis heeft het onderwijs keihard geraakt. Dat concludeert de Inspectie van het Onderwijs in de Staat van het Onderwijs 2021, dat woensdag is gepubliceerd. De kloof tussen groepen kinderen is het afgelopen jaar alleen maar toegenomen. Toch ziet de Inspectie ook kansen, aangezien de noodzaak om het onderwijs ’grondig te renoveren’ door steeds meer politieke partijen wordt erkend.

De coronacrisis heeft het onderwijs keihard geraakt, zo blijkt uit een rapport van de Inspectie van het Onderwijs.

De coronacrisis heeft het onderwijs keihard geraakt, zo blijkt uit een rapport van de Inspectie van het Onderwijs.

In het jaarlijks terugkerende rapport over de staat van het Nederlandse onderwijs staan na een jaar lang ’corona-onderwijs’ weinig lichtpuntjes. Zo is de kansenongelijkheid, die de Inspectie de afgelopen jaren al vaststelde, alleen maar toegenomen. De groep kinderen die het onderwijs verlaat zonder goede basisvaardigheden, zoals rekenen, taal en lezen, groeit; en de pandemie heeft de kloof tussen de goede en slechte leerlingen alleen maar vergroot. De opgave om aan alle leerlingen de vaardigheden te leren die ze nodig hebben in de maatschappij, staat volgens de Inspectie zwaar onder druk.

Minimale basisniveau

Een grote groep leerlingen beheerste al voor 2020 onvoldoende taal- en rekenvaardigheden. Al voor de coronacrisis kon ruim een kwart van de leerlingen in het basisonderwijs niet schrijven op het afgesproken minimale basisniveau. Uit internationaal onderzoek bleek ook al dat 24% van de vijftienjarige leerlingen niet kan lezen op basisniveau. Ook bij rekenen kan het veel beter: jaarlijks halen ongeveer 50.000 groep 8-leerlingen niet het streefniveau dat ze wel moeten kunnen halen.

De gevolgen van de coronacrisis komen daar nog eens bovenop. Door het onderwijs op afstand blijkt dat basisschoolleerlingen minder progressie hebben geboekt dan de jaren ervoor. Dit geldt voor zowel rekenen, spelling als voor begrijpend lezen. De gevolgen zijn het sterkst geweest voor leerlingen met een lage sociaaleconomische achtergrond.

Vertraging

Voor alle drie de domeinen geldt dat de vertraging ongeveer anderhalf keer zo groot is bij leerlingen met een lage en gemiddelde sociaaleconomische status als bij leerlingen met een hogere status. Toch blijkt een gebrek aan taal- of rekenvaardigheid door te werken in alle lagen van het onderwijs, van mbo tot het wetenschappelijk onderwijs.

Er zijn volgens de Inspectie verschillende oorzaken waardoor de ene leerling meer kans op succes heeft dan de andere. Zo blijken er grote kwaliteitsverschillen te bestaan tussen scholen. Ook blijken niet alle ouders in staat om doelbewust een goede school uit te kiezen voor hun kroost.

Lager schooladvies

Daardoor kunnen leerlingen in het basisonderwijs een lager schooladvies krijgen dan mocht worden verwacht op basis van hun prestaties. In het afgelopen jaar liepen naar schatting 14.000 leerlingen een hoger schooladvies mis, onder meer omdat de eindtoets niet doorging. Dat gaat vaak om leerlingen met een migratieachtergrond, kinderen van laagopgeleide ouders en kinderen van ouders met een laag inkomen.

De Inspectie van het Onderwijs roept de verantwoordelijke partijen op om de crisis te benutten als unieke kans om het onderwijs in Nederland structureel te verbeteren.

De Inspectie van het Onderwijs roept de verantwoordelijke partijen op om de crisis te benutten als unieke kans om het onderwijs in Nederland structureel te verbeteren.

Een andere oorzaak voor de groeiende kloof tussen kinderen is dat een deel van de leerlingen ouders heeft met voldoende geld om extra bijles in te kopen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) becijferde dat de jaarlijkse uitgaven aan aanvullend onderwijs, ook wel schaduwonderwijs genoemd, zijn gestegen van 26 miljoen euro in 1995, naar 284 miljoen euro in 2018.

Bijles

Door het hele onderwijs heen wordt van bijles gebruik gemaakt. In 2018-2019 volgde een kwart van de leerlingen in het basisonderwijs, 31% van de middelbare scholieren en 19% van de studenten in het hoger onderwijs aanvullend onderwijs. Doordat niet alle ouders die kosten kunnen betalen, krijgt het onderwijs volgens de Inspectie onbedoeld steeds meer kenmerken van een vrije markt.

De Inspectie voor het Onderwijs concludeert in het rapport dat de tijd dringt. Zo moeten de overheid en het onderwijsveld gezamenlijk optrekken om ervoor te zorgen dat alle kinderen de basisvaardigheden onder de knie krijgen. Dat betekent volgens de Inspectie niet per se dat er meer moet gebeuren, maar dat er juist extra aandacht moet komen voor die basisvaardigheden: geen experimenten met nieuwe lesmethodes, maar juist inzetten op wat aantoonbaar werkt.

Unieke kans

Daarom roept de Inspectie de verantwoordelijke partijen op om de crisis te benutten als unieke kans om het onderwijs structureel te verbeteren. Recent werd er door demissionair onderwijsministers Slob en Van Engelshoven al 8,5 miljard euro uitgetrokken om de achterstanden door corona in te lopen. Ook in de politiek is er volgens de Inspectie steeds meer draagvlak voor extra investeringen voor het onderwijs. Wel is essentieel dat scholen extra geldkeuzes maken die bewezen werken.