Nieuws/Binnenland

Ongevoelig geworden tumor toont zijn zwakke plek

Stapje dichter bij nieuwe behandeling melanoom

AMSTERDAM - Onderzoekers van het Antoni van Leeuwenhoek kankerinstituut in Amsterdam zeggen een mogelijk nieuwe behandeling voor melanoom – kanker van de pigmentcellen - op het spoor te zijn.

Bij tot nu toe slechts drie ’uitbehandelde’ patiënten hebben zij resistent (ongevoelig) geworden kankercellen weten uit te schakelen en mogelijk zelfs kunnen opruimen. De al lopende behandeling tegen de nog gevoelige kankercellen werd hiervoor tijdelijk onderbroken, maar vervolgens weer voortgezet.

„Na vier weken te zijn behandeld met het middel Vorinostat, een remmer die de vermenigvuldiging van het dna in de cel blokkeert, bleken de resistente cellen niet meer terug te vinden”, meldt ons moleculair bioloog prof. dr. René Bernards van het Antoni van Leeuwenhoek. Hun bevindingen zijn zojuist verschenen in het medische vaktijdschrift Cell. De onderzoekers spreken van „een sterk biologisch signaal dat nu is afgegeven door de tumor.”

Resistentie ’grote frustratie’

De AVL-onderzoekers noemen resistentie van kankercellen „een van de grootste frustraties” bij antikankerbehandelingen die eerst goed werkten maar allengs nauwelijks nog effect hebben. „Niet alleen frustrerend voor artsen en kankeronderzoekers, maar vooral voor patiënten voor wie de behandelmogelijkheden dan snel slinken.”

Hoopgevend is evenwel, dat melanoompatiënten die nu zijn ’uitbehandeld’ binnen afzienbare tijd in aanmerking kunnen komen voor een grotere vervolgstudie. Daarbij zal het eerder genoemde middel nu slechts twee weken worden gegeven, in de hoop dat ook dan de ongevoelig geworden kankercellen - door de onderzoekers aangeduid als ’de resistente ’kloon - verdwenen zullen zijn. Met een bloedtest zal worden gecontroleerd of de resistente cellen ook écht weg zijn.

’Gebruik maken van kwetsbaarheid tumor’

Bij de drie melanoompatiënten die deelnamen aan de eerste test werkte het nieuwe mechanisme feilloos, legt internist en klinisch farmacoloog prof. dr. Jan Schellens uit: „Wij hebben gebruik gemaakt van de kwetsbaarheid van een tumor, die optreedt nadat een deel van de kankercellen zich heeft gewapend tegen het gebruikte medicijn, een zogeheten BRAF-remmer.”

Professor Bernards licht toe: „Melanoomcellen die resistent zijn geworden tegen een doelgerichte therapie met BRAF-remmers hebben hun zwakke plek, hun achilleshiel, getoond: ze produceren grote hoeveelheden vrije zuurstofradicalen waardoor ze DNA-schade oplopen en stoppen met delen.”

’Willen geen valse hoop geven’

De beide onderzoekers geven toe dat de vraag gerechtvaardigd is of deze eerste experimenten een nieuwe behandeling gaat opleveren. Professor Schellens: „We willen voorkomen dat wij hiermee valse hoop geven. Want het is waar: het is een kleine proefneming bij enkele patiënten en in muizen. Maar aan de andere kant menen wij iets unieks in handen te hebben – een bijzonder mechanisme – waardoor wij meenden dit in Cell te moeten publiceren. Wij hopen dat het verdwijnen van de resistente cellen inderdaad een blijvend effect zal zijn.”

Bekijk meer van