Nieuws/Binnenland
2025575343
Binnenland

Volgens adviesrapport hebben mensen het gevoel dat chaos regeert

’Migratiebeleid is los zand’

Den Haag - Het Nederlandse immigratiebeleid hangt als los zand aan elkaar. Met meer samenhang tussen asiel- en arbeidsmigratie en tussen integratie, huisvesting en economie krijgt het kabinet wat de bevolking zo verlangt: greep op migratie. Dat stelt de Adviesraad Migratie in een advies aan het kabinet.

„Breng samenhang in migratiebeleid”, zegt voorzitter Monique Kremer van de Adviesraad. „Zo is van arbeidsmigratie nergens opgeschreven wat het kabinet ermee wil. Er is geen visie.” Het zorgt voor ergernis bij de bevolking, zo toont het rapport aan: het gevoel dat migratie ons overkomt, dat grip ontbreekt en chaos regeert. „Nu is economische groei de belangrijkste drijfveer en wordt arbeidsmigratie aan werkgevers overgelaten.” Volgens het advies is er te weinig oog voor gevolgen voor huisvesting, zorg, onderwijs en sociale samenhang in wijken.

„Begin eens met een duidelijk doel te stellen”, is het advies. Als het doel is om Nederland met het oog op de energietransitie aantrekkelijker te maken voor installatietechnici van buiten de EU, dan kan het kabinet een richtgetal vaststellen voor het aantal gewenste technici.

In 2019 waren er in Nederland 735.000 arbeidsmigranten. Tussen 2006 en 2021 is het aantal arbeidsmigranten in Nederland verviervoudigd. De overgrote meerderheid van hen komt uit de EU. Van studie- en arbeidsmigranten is na 10 jaar 80 procent vertrokken. „Een deel ervan blijft dus”, zegt Kremer. „En we doen net alsof dat niet zo is. Er is geen integratiebeleid voor EU-burgers.”

Bandbreedte

Terwijl dat wel nodig is. Het zijn immers vooral de laagbetaalde krachten die hierheen komen. Nederland staat, op Finland na, onderaan op de Europese lijst als vestigingsplaats voor internationaal talent. „We zijn een lagelonenland aan het worden. We importeren mensen om te kunnen exporteren. De vraag is: willen we nog meer arbeidsmigranten voor distributiecentra of de vleesindustrie, terwijl die na jaren met kapotte knieën arbeidsongeschikt zijn en geen ander werk kunnen doen omdat de werkgever nooit iets in ze heeft geïnvesteerd en ze geen Nederlands spreken?

Lees hieronder verder

Daarom hebben mensen zorgen over immigratie”, beweert Kremer. „Mensen willen met hun buren kunnen praten, dat de buurman iets bijdraagt aan de maatschappij en dat er sociale samenhang is.”

Het rapport van de Adviesraad Migratie is een antwoord op de vraag van het kabinet of richtgetallen kunnen werken om greep te krijgen op migratie. Ja, zegt de raad, maar wel als ’zacht streefcijfer’, in plaats van ’hard quotum’.

Bij asiel ligt zo’n richtgetal minder voor de hand. Hier zijn immers factoren van buiten bepalend, zoals oorlogen en bevolkingsgroei op andere continenten. Bovendien is Nederland gebonden aan het VN-vluchtelingenverdrag. Dat verdrag opzeggen gaat in tegen onze eigen Grondwet, waarin het waarborgen van mensenrechten staat opgenomen, schrijft de raad.

Dat wil niet zeggen dat het kabinet bij asielmigratie achterover moet leunen. Het kabinet kan sleutelen aan toelatingscriteria, visumbeleid, handhaving, grensbewaking, aanpak van mensenhandel, hervestiging, buitenlands beleid en migratie-akkoorden met andere landen, en aan een kordater terugkeerbeleid. Uit onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) blijkt dat bindende afspraken met herkomstlanden het terugkeerpercentage met 5 tot 10 procent kunnen verhogen.

„En als je voor asielmigratie toch met streefcijfers wilt werken, dan gaat dat eerder om een bandbreedte dan een hard getal”, zegt Kremer. „Die moet meerjarig zijn, afgezet tegen een percentage van de bevolking. En koppel de cijfers aan integratie en huisvesting.”

Voorzitter Monique Kremer van de Adviesraad.

Voorzitter Monique Kremer van de Adviesraad.