Nieuws/Binnenland
2041789910
Binnenland

Kabinet en baggersector redden scheepsbouwer IHC

Een schip bij het maritiem concern IHC.

Een schip bij het maritiem concern IHC.

Den Haag - Scheepsbouwer IHC wordt van de ondergang gered door het kabinet en investeringsmaatschappij HAL. Bij IHC werken ongeveer 3000 mensen en het bedrijf maakt gebruik van veel toeleveranciers, waar - met name in het mkb - ook enkele duizenden banen mede afhankelijk zijn van IHC.

Een schip bij het maritiem concern IHC.

Een schip bij het maritiem concern IHC.

Het voortbestaan van IHC kwam in de afgelopen periode in het geding en er was vrees voor een overname door een Chinese branchegenoot. „Voorname factoren die hierbij een rol speelden waren opgelopen schulden en grote verliezen op enkele omvangrijke schepen die op maat voor klanten worden gemaakt”, schrijven minister Wiebes (Economische Zaken) en staatssecretaris Vijlbrief (Financiën) aan de Tweede Kamer.

De Staat stut IHC met de exportkredietverzekering om te zorgen dat enkele grote schepen worden afgebouwd en worden geleverd aan klanten van de scheepsbouwer. Een consortium bestaande uit industriepartners uit bagger en offshore markten, te weten HAL Investments, Ackermans & van Haaren, MerweOord en Huisman, nemen de aandelen over, in een zogeheten Stichting Continuïteit. Zij zullen nieuw kapitaal verstrekken. HAL is al aandeelhouder van onder meer maritiem dienstverlener Boskalis en oliewinning-en platformbouwer SBM Offshore. IHC zegt zelf in een verklaring dat ze ’als belangrijke Nederlandse maritieme speler met een sterke balans een nieuw toekomstperspectief’ krijgt door de nieuwe aandeelhouders.

Voorwaarden

„Allereerst wordt onder de exportkredietverzekering een voorlopige schade uitgekeerd van maximaal € 167 miljoen op schepen die nu in aanbouw zijn”, melden Wiebes en Vijlbrief. „Bij een faillissement was de definitieve schade voor de Staat waarschijnlijk nagenoeg het gehele uitstaande bedrag van € 395 miljoen geweest. In die zin is de bijdrage voor de Staat daarmee per saldo schadebeperkend.” Daarnaast maakt het bedrijf gebruik van verschillende coronaregelingen. Vanwege bedrijfsgevoeligheid gaat Wiebes niet in op alle financiële details.

Het kabinet stelt een aantal voorwaarden aan de steun. Zo moeten private partijen een ‘vergelijkbare inspanning’ leveren, moet het bedrijf voorkomen dat er in de toekomst opnieuw grote verliezen op megaprojecten worden geleden en mogen de top en aandeelhouders geen voordeel halen uit het ingrijpen door de overheid. Verder wil het kabinet dat er nieuwe financiers aan boord komen die ’vanaf dag één betrokken zijn bij het vormgeven van een nieuwe strategie waarmee IHC terugkeert naar zijn sterke basis”, schrijven Wiebes en Vijlbrief aan de Kamer.

Onderzeeboten

Deze voorwaarde, terugkeer naar de basis, heeft mogelijk gevolgen voor de kansen dat IHC betrokken raakt bij de bouw van nieuwe onderzeeboten voor de Nederlandse marine. De Nederlandse partij was door de Franse onderzeebootbouwer Naval in de arm genomen als partner bij de vervanging van de Walrus-onderzeeboten. Het consortium is naast Saab/Damen en het Duitse TKMS in de race om de miljardenopdracht te krijgen. IHC is echter in de basis actief in de baggersector, niet in de marine-industrie, en heeft al helemaal geen ervaring met de bouw van onderzeeboten.

De Staat heeft zelf een zetel in de raad van commissarissen bedongen en in de stichting waarin de aandelen van IHC worden ondergebracht. De huidige topman Dave vertrekt zonder transitievergoeding en er worden dit jaar geen bonussen en geen dividend uitgekeerd.

Het bedrijf zat al voor de coronacrisis in de problemen, maar Den Haag wil juist in deze tijd voorkomen dat het concern omvalt om te zorgen dat niet nog meer bedrijven bij de Staat hoeven aan te kloppen voor hulp. De Nederlandse baggerbedrijven Boskalis en Van Oord horen tot de belangrijkste klanten van IHC, net als de Belgen Jan de Nul en Deme.