Nieuws/Binnenland
204421787
Binnenland

Burgemeester Halsema: grote zorgen om hun veiligheid

Helft Amsterdamse vrouwen op straat geïntimideerd

Amsterdam - Het stadsbestuur van Amsterdam maakt zich grote zorgen over de veiligheid van meisjes en vrouwen in Amsterdam. Volgens burgemeester Halsema krijgen meisjes en jonge vrouwen in toenemende mate te maken met seksuele intimidatie of geweld. Ze kondigt daarom maatregelen aan.

Uit onderzoek blijkt dat 51 procent van de vrouwen in Amsterdam te maken heeft gehad met straatintimidatie. Voor de leeftijd 15 tot 34 jaar is dat percentage zelfs 81 procent. Vooral rond het Centraal Station, bij de Wallen, rond het Leidseplein, de Bijlmer, de Jan Evertsenstraat en het Mercatorplein zijn plekken waar veel meldingen vandaan komen. Ook online is een grote toename van seksuele intimidatie en geweld waarneembaar.

Halsema stelt dat voor een kleinere groep meiden en vrouwen de situatie in Amsterdam „werkelijk alarmerend en haast uitzichtloos is door een negatieve spiraal van misbruik en geweld, soms uitgestrekt over meerdere generaties.” De meest onveilige plek voor vrouwen is thuis, veel daders zijn (ex-)partners of familieleden. Zo steeg in Amsterdam het aantal geregistreerde geweldsincidenten in de huiselijke sfeer met 7 procent: van 6183 in 2017 naar 6608 in 2018.

Grotere aangiftebereidheid creëren

Voor Halsema zijn de cijfers reden om een campagne te starten die gericht is op slachtoffers van seksuele intimidatie en geweld, op straat of online. Doel is onder andere om meer aangiftebereidheid te creëren, zodat politie en OM onderzoek kunnen doen. Ook wordt een persoonsgerichte aanpak opgestart voor meiden die meervoudig slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld.

Burgemeester Femke Halsema over de intimidatie van vrouwen in haar stad: „Verdrietig en onacceptabel.”

Burgemeester Femke Halsema over de intimidatie van vrouwen in haar stad: „Verdrietig en onacceptabel.”

Daarnaast gaat Halsema in gesprek met de hotel-, restaurant- en nachtclubbranche omdat personeel vermoedelijk praktijken van ronselen, intimidatie en misbruik zien. „Meestal rekent men melding hiervan niet tot de verantwoordelijkheden.”

Zoeken naar veilige plekken

Voor slachtoffers wordt bovendien gezocht naar veilige plekken om te wonen en opgevangen te worden, soms zelfs buiten de stad. Ook worden hulpverleners aangezet tot een andere werkwijze. „Hulpverleners en ouders hebben dikwijls weinig grip en er lijkt ook sprake van professioneel onvermogen, waarbij de problemen onvoldoende worden onderkend of instanties langs elkaar heen werken”, zo stelt de burgemeester. Daarnaast zal het bestaande gebiedsverbod dat de burgemeester op dit moment al oplegt aan notoire overlastplegers ook worden ingezet voor personen die hinderlijk rondhangen in de buurt van een opvanghuis voor kwetsbare meisjes, of die op straat aantoonbaar seksueel opdringerig zijn.

"Hulpverleners en ouders hebben dikwijls weinig grip"

Oorzaken van seksuele intimidatie en geweld zijn net als de situaties waarin de slachtoffers verkeren divers, schrijft Halsema. Naast ’klassieke patronen van machtsongelijkheid, gebaseerd op traditie of fysieke kracht’, worden ook in Amsterdam „reactionaire opvattingen over de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen nieuw leven ingeblazen.”

Ze verwijst daarbij naar een studie waarin beschreven wordt hoe in ’opkomende religieus fundamentalistische en seculiere extreemrechtse bewegingen de haat tegen, en de intimidatie van vrouwen worden gevoed en gerechtvaardigd’. „Onder het mom van een herstel van traditionele rolpatronen, waarbij vrouwen ondergeschikt dienen te zijn aan de eisen en wensen van mannen, wordt het ’nee’ van een vrouw openlijk betwijfeld of genegeerd. Met de aanwezigheid van religieuze fundamentalisten in onze (lokale) samenleving is zelfs sprake van de herintrede van eeuwenoude en verboden verschijnselen zoals gedwongen huwelijken en vrouwenbesnijdenis.”

’Hand in hand lopen kan gevaarlijk zijn’

Halsema schrijft dat bijna iedere Amsterdamse vrouw zich weleens onveilig heeft gevoeld, of dat nu in de openbare ruimte of het privédomein is. „Hetzelfde geldt voor LHBTQI+’ers. Hand in hand lopen kan riskant zijn. Alleen door jezelf te zijn, kunnen je veiligheid en lichamelijke integriteit op het spel komen te staan. Niet alleen op straat, ook achter gesloten deuren, in huizen, hotels en scholen zijn de veiligheid en de vrijheid van een deel van de Amsterdammers lang niet altijd gewaarborgd. Dit is niet alleen verdrietig, het is ook onacceptabel.”

Eerder voerde Amsterdam al een verbod op straatintimidatie in, maar daarop wordt in de hoofdstad niet gehandhaafd omdat het gerechtshof in Den Haag eerder bepaalde dat de soortgelijke Rotterdamse bepaling niet rechtsgeldig is. Volgens de rechters kan een dergelijk verbod alleen door de Tweede en Eerste Kamer worden ingevoerd.