Nieuws/Binnenland

’Voor wat hoort wat’ bij ontwikkelingshulp

Minister Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Minister Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

De Nederlandse ontwikkelingssamenwerking zal nog meer worden gekoppeld aan inkomsten voor de BV Nederland. Vooral het midden- en kleinbedrijf krijgt meer ondersteuning om zaken te doen in ontwikkelingslanden.

Minister Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Minister Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Morgen presenteert minister Kaag (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) haar plannen voor de komende jaren. Volgens ingewijden gaat het grotendeels om een voortzetting van het beleid ’van hulp naar handel’ dat al is ingezet onder de vorige minister Ploumen. Kaag gaat nog een stap verder: landen die met belastinggeld gefinancierde ontwikkelingshulp uit Nederland ontvangen, worden bewogen tot besteden van dat geld bij Nederlandse bedrijven of kennisinstellingen.

Wordt er bijvoorbeeld met Nederlandse expertise een rivierdelta bestand gemaakt tegen overstromingen, dan zijn het ook (consortia van) Nederlandse bedrijven die het baggerwerk verzorgen of de aanleg van dijken. Het principe wordt de leidraad bij handelsmissies, die ’professioneler’ worden.

Er komt sowieso meer geld voor economische diplomatie. Met de uitbreiding van het diplomatieke postennetwerk gaan meer diplomaten zich bezighouden met handelsbevordering. Er komt één loket voor avontuurlijke ondernemers die in het buitenland ondersteuning van de overheid nodig hebben, bijvoorbeeld voor financiering, exportkredietverzekeringen of hulp bij contacten met de betreffende overheid.

Kaag zet ook met hulp andere accenten. Zo wordt preventie van conflicten en armoede een prioriteit, net als de aanpak van grondoorzaken van migratie. Onderwijs in ontwikkelingslanden, ook aan kinderen van vluchtelingen, wordt daarbij een belangrijk middel, waarvoor meer geld wordt bestemd. Er gaat meer geld naar opvang in de regio.

Het accent op migratie zorgt ook voor een verschuiving van de ’focusregio’s’, zoals dat heet. Behalve het Midden-Oosten (Irak, Jordanië, Libanon) worden dat Noord-Afrika, sub-Sahara Afrika en Oost-Afrika.