Nieuws/Binnenland
2057604415
Binnenland

Coronavaccin werkt ook na chemo: ’Vooral tweede prik is een oppepper’

„Deze resultaten zijn erg belangrijk”, stelt onderzoeksleider Liesbeth de Vries van het UMC Groningen.

„Deze resultaten zijn erg belangrijk”, stelt onderzoeksleider Liesbeth de Vries van het UMC Groningen.

Amsterdam - De meeste kankerpatiënten met een solide tumor die chemo- en/of immuuntherapie ondergaan, zijn voldoende beschermd tegen Covid-19 als ze hiertegen worden gevaccineerd. Het merendeel ontwikkelt een goede respons, er zijn geen nadelige effecten gezien en vooral de tweede prik blijkt een extra oppepper als er wordt gekeken naar de hoeveelheid antilichamen.

„Deze resultaten zijn erg belangrijk”, stelt onderzoeksleider Liesbeth de Vries van het UMC Groningen.

„Deze resultaten zijn erg belangrijk”, stelt onderzoeksleider Liesbeth de Vries van het UMC Groningen.

Dat blijkt uit een unieke Nederlandse studie onder 791 deelnemers in het UMC Groningen, het AVL en het Erasmus MC, waarvan de data maandag worden gedeeld op het mondiale virtuele congres van de European Society of Medical Oncology (ESMO) 2021 en die zullen worden gepubliceerd in Lancet Oncology. Er zijn alleen gevaccineerde patiënten met kanker in een orgaan of weefsel (solide tumor) onderzocht, geen patiënten met kanker in bloed en lymfeklieren.

De uitkomsten wijzen ook internationaal de weg, omdat in de testfase van de vaccinontwikkeling deze groep patiënten niet is meegenomen en men dus niet wist of de vaccins goed werken. „Deze resultaten zijn erg belangrijk”, stelt onderzoeksleider Liesbeth de Vries van het UMC Groningen. „Deze patiënten horen bij de kwetsbare groepen voor wie Covid-19 extra gevaarlijk kan zijn.”

Voor patiënten met een solide tumor die tijdens de chemo- of immuuntherapie het vaccineren hebben uitgesteld, is het dus veilig om het vaccin nemen. „Bij het overgrote deel is sprake van een goede afweerontwikkeling”, stelt De Vries.

’Opbeurende uitkomsten’

De patiënten zijn verdeeld over drie groepen: mensen met een solide tumor die immuuntherapie krijgen, chemotherapie of een combi van chemo-immuuntherapie. Na het eerste Moderna-vaccin was de antilichaamrespons adequaat bij 37% in de immuuntherapiegroep, 32% in de chemotherapiegroep en 33% in de chemo-immuuntherapiegroep. Ongeveer een maand na de tweede vaccinatie lagen de responscijfers op 93% in de immuuntherapiegroep, 84% in de chemotherapiegroep en bijna 89% in de chemo-immuuntherapiegroep.

„Dat zijn opbeurende uitkomsten”, vat De Vries tevreden samen. Overigens was er ook een controlegroep van gezonde mensen. Daar was de respons na de eerste Moderna-prik 66% en na de tweede 99,6%.

Derde prik

Een klein deel van de onderzochte patiënten laat echter onvoldoende respons zien. „We geven deze groep nu in de studie een derde vaccinatie”, vertelt de onderzoeksleider. Zo liet 7% van de immunotherapiepatiënten te weinig respons zien, 16% van de chemotherapiepatiënten en 11% van de combinatiegroep. Het gaat daarbij om patiënten die kort voor de vaccinatie behandeld zijn met chemo- en/of immuuntherapie.

Afgelopen week maakte de Gezondheidsraad bekend dat er bij een deel van de mensen met een ernstig gecompromitteerd immuunsysteem – bijvoorbeeld bij transplantatiepatiënten – onvoldoende of geen immuunrespons te zien is als ze twee doses van een Covid-19-vaccin hebben gekregen. Een derde dosis kan de immuunrespons verhogen en daarom komt een aantal patiëntengroepen in ons land met hoge prioriteit in aanmerking voor zo’n additionele dosis, onder wie de genoemde groep kankerpatiënten die recent voor hun vaccinatie chemo- en/of immuuntherapie hebben gekregen.