Nieuws/Buitenland
2076444933
Buitenland

Turkije: verklaring van Nederland en co ’onacceptabel’

President Recep Tayyip Erdogan en zijn ministers peinzen er niet over om Kavala vrij te laten.

President Recep Tayyip Erdogan en zijn ministers peinzen er niet over om Kavala vrij te laten.

ANKARA - Het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken noemt een verklaring van Nederland en negen andere landen over de detentie van zakenman en filantroop Osman Kavala „onacceptabel.” De tien landen hadden Turkije opgeroepen Kavala vrij te laten en de ambassadeurs moesten daar dinsdag verantwoording voor afleggen op het Turkse ministerie.

President Recep Tayyip Erdogan en zijn ministers peinzen er niet over om Kavala vrij te laten.

President Recep Tayyip Erdogan en zijn ministers peinzen er niet over om Kavala vrij te laten.

„Turkije is een democratische rechtsstaat die mensenrechten respecteert. De ambassadeurs zijn eraan herinnerd dat het Turkse rechtssysteem niet kan worden beïnvloed door zulke verklaringen”, schrijft het ministerie van Buitenlandse Zaken dinsdag in een verklaring.

Osman Kavala

Naast Nederland ondertekenden ook Canada, Denemarken, Noorwegen, Zweden, Finland, Nieuw-Zeeland, de Verenigde Staten, Frankrijk en Duitsland de oproep om Kavala vrij te laten.

Kavala zit inmiddels vier jaar in de gevangenis. Vorig jaar werd hij na een levenslange eis vrijgesproken van het financieren van protesten in Istanbul in 2013, maar er volgde direct een aanklacht voor betrokkenheid bij de verijdelde coup in 2016.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft de regering van president Erdogan, waar de activistische Kavala kritisch over is, in december 2019 al opgedragen hem vrij te laten. Het hof in Straatsburg stelt dat hij vastzit om hem het zwijgen op te leggen.

Strafprocedure

Het comité van ministers van de Raad van Europa, dat toeziet op de uitvoering van uitspraken van het mensenrechtenhof, kondigde vorige maand aan een strafprocedure te beginnen tegen Turkije als Kavala niet voor de volgende bijeenkomst op 30 november op vrije voeten is gesteld. Consequentie daarvan kan zijn dat het stemrecht en lidmaatschap van het land zouden kunnen worden geschorst in de landenorganisatie die toeziet op democratie en mensenrechten.