Nieuws/Binnenland
2086491
Binnenland

Dominee die aanslag overleefde: ’Ik vond het een vreemde man’

Hulpdiensten bij de protestantse kerk inRhenoy.

Hulpdiensten bij de protestantse kerk inRhenoy.

RHENOY - Dominee Ebi Wassenaar die in november 2017 na een moordaanslag voor dood werd achtergelaten in haar kerk in het Gelderse Rhenoy heeft mededogen met de dader. "Niemand heeft er iets aan als hij de cel in moet. In de rechtbank zag ik een zielig hoopje mens. Hij heeft hulp nodig", aldus Wassenaar (65).

Hulpdiensten bij de protestantse kerk inRhenoy.

Hulpdiensten bij de protestantse kerk inRhenoy.

Na een maandenlange revalidatie is ze weer thuis. "Ik was die eerste dagen in het ziekenhuis heel bang dat hij mijn compassie van me had afgenomen. Dat had ik vreselijk gevonden. Maar gelukkig is dat niet gebeurd", zegt ze in gesprek met RTL Nieuws.

Voor de aanslag werd een 50-jarige pianostemmer uit Tricht aanghouden. Wassenaar werd door de dader achtergelaten op de vloer van de kerk. Na anderhalf uur werd ze gevonden in een plas bloed.

Aanbevolen pianostemmer

De verdachte van de aanslag was haar aanbevolen toen ze een pianostemmer nodig had. Wassenaar had vanaf het begin geen prettig gevoel bij de man. "Ik vond het een vreemde man. (...) Hij wilde maar niet zeggen wanneer hij langs zou komen. Die vrijdag ervoor had ik hem gebeld om nog eens te vragen of ik een afspraak kon maken, omdat ik anders een andere pianostemmer zou bellen. Toen stemde hij in om die dinsdagochtend langs te komen. We dronken een kop koffie en hij keek naar de piano, die volgens hem onstembaar was. Ik vroeg nog of hij daar iets aan kon doen, maar dat kon niet zei hij. Daarna vroeg hij of hij bij mij thuis mocht wachten. Hij had daarna nog een afspraak in de buurt en omdat de piano niet te stemmen was, had hij tijd over. Dat voelde niet goed, dus ik zei nee. Toen ik daarna met mijn rug naar hem toe stond, voelde ik een hele harde klap op mijn achterhoofd.”

De dominee werd meerdere keren met een hard voorwerp op haar hoofd geslagen. "Ik herinner me dat ik op die koude leistenen lag in een grote plas bloed. Ik wilde overeind komen om iemand te waarschuwen, maar dat lukte niet. En mijn telefoon lag te ver weg. Later bleek dat ik halfzijdig verlamd was. (...) Er was een Ebi van voor de moordaanslag en er is een Ebi van daarna. Nu ik thuis ben, daalt dat besef steeds meer in. Opstaan en lopen mag ik niet alleen, de kans is te groot dat ik val. Mijn linkerbeen en linkerarm werken niet meer goed. Daarnaast heb ik moeite met concentreren en heb ik een neglect: als ik op straat loop en iemand gedag zeg, dan val ik. Ik moet echt heel bewust bezig zijn met wat ik aan het doen ben."