Nieuws/Binnenland
2118698118
Binnenland

Code zwart in anorexiazorg, maar wachtlijsten voorlopig niet weg

DEN HAAG - Het kabinet heeft te weinig informatie over het aantal jongeren en kinderen met een eetstoornis, en het zal waarschijnlijk ook niet lukken om binnen enkele jaren de wachtlijsten voor behandelplekken weg te werken. Dat zei demissionair staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Paul Blokhuis dinsdag in de Tweede Kamer op vragen van GroenLinks. Hij weet dat aan „externe factoren.” Wel wordt geprobeerd de wachttijd zo goed mogelijk te overbruggen.

Aanleiding voor vragen aan de staatssecretaris was een uitzending van Pointer waarin te zien was hoe jongeren die wachten op een plek voor hun gespecialiseerde anorexiabehandeling verpleegd moeten worden in het ziekenhuis. Kamerlid Lisa Westerveld vroeg de minister hoeveel jongeren op de wachtlijst staan en hoeveel plekken er beschikbaar zijn voor behandeling.

,,Code zwart’’

Die cijfers kon de staatssecretaris nog niet geven, omdat de gemeenten verantwoordelijk zijn voor de jeugd-GGZ en er dus geen centraal overzicht bestaat, antwoordde hij. Toch is het kabinet wel begonnen met het verzamelen van die gegevens omdat „het gaat om leven en dood.” Dat kost volgens hem alleen nog even tijd. Dit tot ongenoegen van onder anderen Westerveld, die dat antwoord „ongeloofwaardig” noemde.

Kamerleden Attje Kuiken (PvdA) en Rens Raemakers (D66) trokken de vergelijking met de aanpak van de coronacrisis. Daarbij werd niet alleen snel op poten gezet dat er overzicht in het aantal patiënten in de ziekenhuizen kwam, maar werd ook de capaciteit snel opgeschaald.

Blokhuis was het met Raemakers eens dat het ook in de anorexiazorg „code zwart” is. Toch zal het nog even duren tot er meer plekken beschikbaar komen omdat er plaats gemaakt moet worden in behandelcentra, en er nieuw personeel opgeleid moet worden. „Ik kan niet beloven dat het binnen twee jaar opgelost is”, aldus de staatssecretaris.

Te weinig geld

In de tussentijd moeten de patiënten zo goed mogelijk geholpen worden door een betere samenwerking tussen verschillende onderdelen van de zorg (bijvoorbeeld met het landelijke samenwerkingsprogramma K-EET) en ondersteuning van zorgmedewerkers die overstappen uit andere zorgsectoren.

Dat sommige gemeenten te weinig geld zouden hebben om de zorg te bieden „wil ik niet meer horen”, aldus Blokhuis. De gemeenten hebben volgens hem „honderden miljoenen” gekregen om wachtlijsten weg te werken. Hij zal daar in zijn contact met de gemeenten nog eens op wijzen.